MOOC8/15.25
{17740927} 27 September 1774
Catharina Hatting
Hemmij
Inventaris van alle zodanige goederen als ab intestato metter dood zijn
ontruijmd ende nagelaten door Catharina Hatting ten voordeele van haar
overgeblevene man den burger Johannes le Roes de jonge ter eenree, mitsgaders
haare zo voor als staande dit huwelijk verwekte kinderen en kindskinderen ter
ander zijde, met naamen
Zodanig ende indiervoegen als deselve door de ondergetekende
gecommitteerde volgens opgaaf en aanwijsing van den weduwenaar zijn
geinventariseerd, mitsgaders bevonden te bestaan in het volgende,
namentlijk
In het evengem:e huijs en aldaar
Zijnde de gem:e contanten aan den weduwenaar ter hand gesteld, ten eijnde
te strecken tot den dagelijksen uijtgaaf in het huijshouden gedurende het
openstaan des boedels, mits daarvan doende behoorlijke reekening en
verantwoording.
Aldus geinventariseert aan Cabo de Goede Hoop, den 27:e September 1774, in
het bijweesen van de burgers Johannes Jacobus en Marthinus le Roes als mondige
erfgenaamen in den hoofde vermeld; en betuijgde den meede in den hoofde gen:e
weduwenaar, in het op ende aangeeven der vorenstaande inventaris, zich
allezints oprecht ende getrouw gedragen te hebben, zonder desweegens iets
voorbedachtelijks te hebben versweegen, ofte agter gehouden, bereijd zijnde
omme des gerequireert werdende, sulks met solemneelen eede te bevestigen, met
belofte wijders, ingevalle iets naders tot deesen boedel gehorende hem opkomen
mogte, deesen inventaris daar meede te zullen amplieeren.
Als gecomm:e Weesm:ren: H: Lesueur, H: P: Möller
Joh:s le Roes de jonge
Mij preesent: O:G: de Wet, Secret:s
| 1) Marthinus Boese klijnzoon van de overledene, bij
representatie van zijn moeder Margaretha Becker, welken egter in a:o 1768 met
't schip d'na Batavia vertrocken weesende, verders volgens
gerugten op een inlandse rijs van Ceijlon met
de bark desoude verongelukt weesen |
| 2) Johannes Jacobus le Roes |
| 3) Marthinus le Roes, en |
| 4) de twee minderjarige kinderen van wijlen haare dogter Anna
Barbara le Roes in huwelijk geprocreeert bij derselver vooroverledenen man den
burger Johannes Raabe, in naamen Johannes en Catharina Johanna Raabe |
| Een huijs en erf, staande ende geleegen in
deese Tafelvalleij in 't Blok W:W: en aldaar No: 7 blijkens laatste transport de dato 17:e Maart
1757 |
In de voorcamer ter slinkerhand
| een spiegel |
| twee armblakers |
| twee ophaalgordijnen |
| agt schilderijen in zoort |
| twaalf stoelen |
| twaalf stoelkussens |
| neegen vuurstooven |
| twee guerridons |
| een cabinet, daar op |
| een stel porcelijne castpotten |
| en daar in |
| de kleederen en verder lijfgoed van de overledene, welke ingevolge
haare mondelinge begeerte onder de preesente erfgenamen in drie partijen
verdeelt zijnde, is daarvan bij lootinge aan de twee minderjarige kinderen van
wijlen Anna Barbera le Roes het volgende te beurt gevallen, van het welke bij
schickinge door gecommitteerde Weesmeesteren afgegeeven is, namentlijk |
| aan Catharina Raabe |
| twee zijde gonnen in zoort |
| drie rokken in zoort |
| vijf hemden |
| een borsterok |
| drie jakken |
| een muts |
| twee neusdoeken |
| een zilvere beugeltasch, en |
| aan Johannes Raabe |
| een p:r goude dubbelde hemdknoopen |
| bevindende zig voorts nog in het gem:e cabinet, de kleederen tot
het lighaam van den weduwenaar behorende, mitsgaders wijders |
| een zuijkertangetje |
| een stuk wit linnen |
| ses p:r nieuwe witte catoene koussen |
| vijf pakjes garen |
| een partij lappen in zoort |
| een doosje met een partij naalden |
| vijf forken |
| vier tafelmessen |
| een liniaal |
| een houte ell |
| een oud behangsel van een ledicant |
| een ledicant met zijn behangsel |
| een ledicant met zijn behangsel en daarop een bed met zijn
toebehooren | aan den weduwenaar afgegeeven |
| een houte bak |
| een comptoirtje, daarin een partij medicamenten |
| een rol tabak |
| een tafel met zijn kleed |
| een Bijbel met coper beslag |
| een kistje |
In het voorhuijs
| twee ophaalgordijnen |
| een copere lantaarn |
| vier schilderijen |
| een staande horologie |
| een pijperak |
| een ijsere balans met zijn schaalen |
| ses stoelen |
| een eetens tafel |
| een vierkante tafel |
| twee copere blakers |
| een kelder met ledige flessen |
| vier spugbalijs |
In de voorcamer ter regterhand
| twee spiegels |
| twee copere armblakers |
| vier ophaal-gordijnen |
| ses schilderijen |
| drie ledicanten met haar behangsels, daar op |
| ses buldzakken |
| drie peulen |
| veerthien kussens |
| vier combaarsen |
| een glaase kast, daar op |
| twee stellen porc:e kastpotten |
| vier porc:e commen, en |
| daar in een partij glaswerken en rommeling |
| twaalf stoelen |
| twaalf stoelkussens |
| een tafel |
In de gaanderij
| een ophaalgordijn |
| ses rakken, daar op |
| twintig porcelijne schotels in zoort |
| een en neegentig porcelijne borden in zoort |
| twee spiegeltjes |
| twee armblakers |
| een copere waschfontijntje met zijn bak en |
| een copere zeepdoosje en een haak |
| een cast, daar op |
| vier porcelijne commen |
| twee blicke trommels en |
| daar in een partij porcelijn en glaswerk in zoort |
| een vierkante tafel |
| een ronde tafel |
| een copere coffijkan met zijn bak en confoortje |
| een tinne theekeetel met zijn copere confoor |
| een copere zuijkertrommel |
| een copere com met wat porc:e theegoed |
| een tinne schenkbord |
| een copere tabaksconfoortje |
| een rustbank |
| thien stoelen in zoort |
| neegen stoelkussens |
In het dispens
| een rak |
| een ijsere vleeschkroon |
| een pottebank, daar op |
| een casje thee |
| een coffijmoolen |
| twee blicke trommels |
| twee Ceulse potten |
| een partij ledige bottels |
| een partij aardewerk |
| twee bootervaatjes |
| een copere beeker |
| twintig zijldoekse zakken |
| een grote ballastmand |
| veerthien leere broeken |
| neegen stukken loodgewigt |
| twee rijstwannen |
| een cadel |
| een kleijne balans met zijn hout en cop:e schalen |
| een houte bak met wat ijserwerk |
| twee balijs met zout |
In de combuijs
| drie racken, daar op |
| veerthien porcel: schotels in zoort |
| vier tinne schotels in zoort |
| een copere taartepan met zijn deksel |
| een copere vergiettest |
| een copere poffertjespan |
| een copere staartpan met zijn deksel |
| een copere rasp |
| twee copere strijkijsers met haar voet |
| een copere blaaker |
| een copere coffijkan |
| agt copere candelaars |
| een copere vijsel met zijn stamper |
| twee copere peeperbussen |
| twee copere snuijters |
| een copere vulnisschopje |
| een copere waterbeeker |
| een copere casserol |
| een copere waterkeetel |
| twee copere vischkeetels |
| seeven ijsere potten in zoort |
| drie blicke tregters |
| twee roosters |
| drie schoorsteenkettings |
| twee ijsere snuijters |
| twee ijsere koekepannen |
| een ijsere vleeschfork |
| twee schuijmspannen |
| twee leepels |
| een tang |
| een asschop |
| een ijsere taatje |
| een blicke blaaker |
| drie hakmessen |
| twee hakkeborden |
| een handblaasbalg |
| drie houte backen |
| een zeeft |
| een combuijstafel |
| een meelkist |
| een rijstblok met zijn stamper |
| een waterhalfaam |
| vier emmers |
| een pottebank, daar op |
| wat aardewerk |
Op de solder
| een corenhark |
| twee corenschoppen |
| een vogelkooij |
| een ijsere balans met zijn houte schaalen |
| een craanzaag |
| een trekzaag |
| een blicke gieter |
| een led:e halfaam |
| een dekstoel |
| een partij ijserwerk |
| twee sassinetten |
| veerthien zijldoekse cafsakken |
| een botervat |
| drie zaadels |
| vier paardetuijgen met hun toebehoren |
| een capstok, en voorts wat houtwerk en rommeling |
Op de agterplaats
| een vengster kasijn |
| twee huijsladders |
| een oude paardewagen |
| vier vaten in zoort |
| drie balijs in zoort |
| een ijsere koevoet |
| een bijl |
| een ossewagen |
| sesthien trekossen |
| een partij pikken en graven, en voorts |
| een partij rommeling |
Zilverwerken
| een zilver trekpot met zijn bakje |
| een zilver zuijkertrommel |
| een zilver soepleepel |
| elf zilver leepels |
| een zilver theeleepeltje en forkje |
| twee zilver zoutvaatjes |
Leijfeijgenen
| een slave jongen gen:t Cupido van Bantam |
| een slave jongen gen:t September van
Sambawa |
| een slave jongen gen:t Darius van
Mallabaar |
| een slave jongen gen:t Fortuijn de groote
van Mosambicque |
| een slavinne gen:t Malatie van
Bougies |
| een slavinne gen:t Spasia van de Caab |
| een slave mijsje gen:t Spasia van de Caab | nota vermits door de egtelieden gezamentlijk aan de kinderen bij
derselver uijthuwelijken ieder een slaaf is geschonken geworden, onder conditie
egter dat de dispositie daarover aan hun verblijven en den eigendom aan de
kinderen niet eerder dan na het overleiden van een hunne donateurs overgaan
zoude, op welke conditie ook aan de vooroverleedene dogter Anna Barbera le Roes
gegeeven is geweest een slavinne die intusschen is komen te sterven, dog van
welke zig het evengem:e mijsje Spacia in den boedel komt te bevinden, betuijgd
den weduwenaar en inventarient, dat deselve aan de twee in den hoofde gen:e
nagelatene kinderen, van ged:e Anna Barbara le Roes is toebehorende |
| een slave jongen gen:t Cesar van Macassar |
| een slavinne gen:t Catrijn van
Mallabaar |
| een slave jongen gen:t Forthuijn de klijne van
Ternaten | den evengem:e slave jongen Forthuijn de klijne
versoekt den weduwenaar dat, vermits een ieder der kinderen bij derselver
uijthuwelijken een slaaf genoten hebben, aan hem uijt den boedel onverkogt mag
verblijven, waarmeede zig de mondige erfgenamen conformeeren |
| bevindende sig ook nog in den boedel een slave jongen
genaamt Joris van
Bougies, | welken volgens opgaaf van den weduwenaar, door den
opperstuurman Klink aan de twee meergem:e kinderen van wijlen Johannes Raabe
geschonken is geworden, dog waarvan geen andere bewijs aan handen is, zijnde
gem:e Klink sedert komen te overleiden terwijl dien slaaf middelerwijl onder de
twee kinderen sal komen te continueeren |
Contanten in den boedel gevonden
| | Rd:s |
| een somma van een honderd en seeven en veertig rijxd:s,
segge | 147 |
Inneschulden
| | | Rd:s |
| voldaan door J:N: Elser met rd:s430 volgens nader opgaaf van den
weduwenaar | van den burger Johannes Siebert op een onderhandse
obligatie de dato 6:e Septb:r 1773 | 475:-- |
| | den burger Johannes Jacobus le Roes, ingevolge
scheepenkennisse de dato 23:e April 1761 teegens 5 p:r c:o 's jaars, per rest
aan capitaal ƒ1000 ofte | 333:16 |
| | zijnde den intrest daarop voldaan tot 23:e April deeses
jaars |
| voldaan | van den burger Marthinus Harmanus le Roes,
over het restant eener custing weegens koop van desselfs plaats, de dato 19:e
Februarij 1766 in capitaal ƒ1700 ofte | 566:32 |
| | waarop den intrest te quaad is sedert de maand April deeses
jaars |
| voldaan | van gem:e Marthinus Harmanus le Roes, op een
scheepenkennisse de dato 18:e Julij 1774 tegens 5 p:r c:o intrest 's jaars, in
cap:l ƒ6000 ofte | 2000:-- |
| | van den burger Jacobus Coetsee Jansz:e over een onderhandse
obligatie de dato 22:e April 1774 a 6 p:r c:o 's jaars in
capitaal | 100:-- |
| | Jacobus Coetsee Jansz:e is aan den boedel nog schuldig 3
ossen, stelle rd:s6 ieder |
| voldaan | van den timmerman E:G: Braun op een
onderhandse obligatie de dato 7:e Aug:s 1774 | 19:-- |
| | mitsgaders wijders over boekschulden |
| voldaan | van mons:r Michiel Smuts de oude over
geleeverde brandhout | 16:-- |
| voldaan | d' edele Hendrik Lesueur over geleeverde
brandhout | 11:32 |
| voldaan | van Gerrit Coetsee Gerritsz:e over twee ledige
leggers | 20:-- |
| | van Jacobus Coetsee Jansz:e | 6:18 |
| | van Matthiam le Roes over koop van 8 paarden en tuijgen
etc:a | 138:-- |
| vold:n | van Dirk Hofman | 3:4 |
| vold:n | van mons:r Jan Bernard
Hofman | 5:36 |
| vold:n | van den sergeant Mesener over restant van
boekschulden | 7:-- |
| voldaan | van Wilmer Wilkens wegens huur van een slave
jongen sedert 15 Julij deeses jaars a 5 rijsd:s per maand |
| | van Gerrit Kemp aan 13 mudden coorn en 7 mudden
garst |
| Somma | | Rd:s3701:42 |
Dubieuse posten
| | Rd:s |
| van Jan Martin Dippenaar over geleverde
goederen | 11:16 |
| van Hans Moole | 7:-- |
| van Fredrik Huijsheer | 6:-- |
| van Bertram Echardi | 12:20 |
| van Johannes Jacobus van Reenen | 6:-- |
| van Jacob Mostert Joh:sz over restant van huur weegens een slave
jongen | 6:-- |
| Somma | Rd:s48:36 |
Lasten des boedels
| | Rd:s |
| aan de Weescamer deeser steede ingevolge drie schuldbrieven, te
samen ten capitaale van ƒ3832 ofte | 1277:16 |
| zijnde den intrest daar op betaald tot 31 Decemb:r 1773 |
| aan d' edele Hendrik Oostwald Eksteen op een scheepenkennisse
ƒ4550 ofte | 1516:32 |
| den intrest a 6 p:r c:o daar op betaald tot de maand Maart deeses
jaars |
| aan mons:r Michiel Smuts de oude, op drie daar van verleende
schuldbrieven ƒ2800 ofte | 933:16 |
| waarop den intrest meede voor zo verre in dit jaar verschenen was,
vereffent staat |
| Somma | Rd:s3727:16 |