v: Plettenberg
Inventaris van alle zodanige goederen, mitsgaders crediten, als metter
dood zijn ontruijmd ende naargelaten door den burger alhier Frans Lens na
vooraf dien aangaande bij uitterste wille in dato 29 Januarij 1774, mitsgaders
codicille sub 24 November desselvigen jaars beide voor den geswooren Clercq ter
Secretarije van Justitie mons: Christiaan Liebregt Kloege en getuijgen
verleeden, te hebben gedisponeert, zijnde bij gem:e uitterste wille door den
overleedene tot erfgenamen geinstitueert desselfs neeven en nigten, te
weeten
Welke laastgen: drie nigten van den overleedene tot erfgenamen
geinstitueert zijn, onder conditie, dat zo eene ofte meer derzelve, zonder
nakroost naar te laten dezer wereld mogten komen aflijvig te werden, de
erffenis der zodaanige aan boovengen:e overige in het leeven zijnde
erfgenaamen, staaks gewijze zal komen te devolveeren; met begeerte wijders, dat
het geene van gem: drie nigten zal te beurt vallen, gedurende het leven van
haare mans aan dezelve geenzints zullen mogen werden uitgekeert, maar onder de
administratie der Weescamer moeten verblijven omme bijgem: des overledens drie
nigten, geduurende het leeven haarer mannen de daar van komende bladeren,
genoten te werden zulks dezelve eerst na het afsterven haarer resp:e mannen een
ieder derzelver erfportie in natura zal kunnen ontfangen; met interditie aan
meerged:e des overledens drie nigten omme aan hare mans, onder wat naam of
pretext zulx ook zoude mogen weezen, nog ook de tweede en derde staak aan haare
vaders, eenig het allerminste voordeel te mogen vermaken.
Zijnde de nalatenschap door de ondergetekende gecommitteerde Weesmeesteren
geinventariseert en bevonden te bestaan in het nabeschreevene, te weeten
In het eerste gem: huis en aldaar
Zijnde wijders nog ingevolge des overledens aparte onderhandse begeerte
sub dato 4 October 1774 aan de ondertenoemene afgegeeven, zoodanige kleederen
als in den boedel gevonden en aan dezelve vermaakt zijn, te weten
Mitsgaders aan Willem, Gerrit en Cornelis Engelbregt des overleedens
lakense kleederen, welke in drie parthijen verdeelt en bij lotinge aan dezelve
zijn te berust gevallen gelijk volgt, namentlijk
Voorts is nog uit den boedel aan de vrije mijd Christina van de Caab,
ingevolge des overleedens testment afgegeven, de nabeschreevene aan dezelve
vermaakte goederen bestaande in
Aldus g'inventariseert, aan Cabo de Goede Hoop ten sterfhuijse van gem:
Frans Lens den 11 Maart 1775.
Als gecomm: Weesm:ren: J:P: Möller, M:l v: Breda
Mij preesent: O:G: de Wet, Secret:s
| twee ophaal gordijnen |
| twee spiegels |
| ses schilderijtjes |
| vier porc: theeblaadjes |
| een ledicant met zijn behangzel |
| een viercante tafel |
| twaalf stoelen |
| twaalf kussens |
| ses cop: quispedoors |
| een cadel, daar op |
| een buldzak |
| een peul |
| drie kussens en |
| twee combaarsen |
| een Bijbel met zijn knaap |
| een cabinet, daar op |
| een stel porc:e castpotten, daar in |
| een zilvere tasbeugel met een aangehegt briefje waar op met des
overleedens hand geannoteert deeze beugel moet Elizabeth Barends hebben, dien
volgens ook aan dezelve is afgegeven |
| drie baatjes |
| seven en twintig mans hembden |
| elff stropjes |
| twee onderbroeken |
| drie en dertig servietten |
| ses handoeken in zoort |
| twaalf kussen sloopen |
| vijfthien bonte neusdoeken |
| een stuk klijn geruijt |
| drie lappen klijn geruijt |
| twee mans hoeden |
| ses bedde lakens |
| een p:r zwarte saijette kouzen |
| een lap bedde tijk |
| twee p:s Cust guinees |
| een lap wit linnen |
| een zilvere zuikertrommel |
| een zilvere souplepel |
| een zilvere zuikerbus |
| een en twintig silvere lepels |
| negenthien silvere vorken |
| twee zilvere schenkborden |
| een zilvere punthaak |
| twee zilvere beugeltassen |
| een zilvere snuijfdoos |
| twee zilvere [snuijfdoos] met perlamoure platen |
| een rotting met een zilver knop |
| een zilver cachet |
| drie p:s zilver schoengespen in zoort |
| drie p:s zilver kniegespen |
| twee p:s zilver enkelde gespen |
| een Handbijbel met zilver beslag |
| een zilvere broeksknoop |
| een zilvere priem |
| vijf en dertig silvere cnopen |
| twee p:s silvere neusen |
| een p:s silvere halsslootjes |
| een silvere haak |
| twee silvere kettingjes |
| drie silvere vingerhoeden |
| een p:r zilvere handcnoopen met steenen |
| een p:r zilvere enkelde handcnoopen |
| derthien afgekeurde ropijen |
| een goude onderbroeksknoop |
| een goude halsslot |
| agt enkelde goude cnoopen |
| twee snoeren goude kralen |
| een paar goude oorkrabben |
| een paar goude oorringen |
| een goude boot met een steen |
| drie dubb: goude handcnopen |
| een goude ring |
| een goude ring met drie diamantjes |
| een p:r oorkrabben met 2 diamantjes |
| een ring met een steen |
| een enkelde steentje |
| twee doosjes met kralen |
| twee busjes met thee en voorts 1 partij romm:g |
| een schaaltje met wat klijn gewigt |
| een kistje met coper beslag |
| drie snuifdosen in zoort |
| een bondelje met roode kralen |
| een cast |
| daar op |
| een stel porc: castpotjes |
| daar in |
| een Bijbel met coper beslag |
| een p:r pistolen |
| twee lappen stof |
| seven pakjes band |
| drie lappen bl: laken |
| een [lappen] violet couleure laken |
| een [lappen] bl: carzaaij |
| een [lappen] zaaij |
| twee lappen grijn |
| een stuk vaderl: gestreept |
| een Suratse deeken |
| agt voerchitzen |
| vier stelle beddetijk |
| een lap Frans linnen |
| een stuk gestreept |
| drie [stuk] bl: linnen |
| een p:s potas |
| een lap roode baaij |
| een pakje catoen |
| seven [pakje] garen |
| twaalff tafelmessen |
| thien scharen |
| een partij lappen in zoort |
| een pakje brijnaalden |
| een pakje zijlgaarn |
| een kistje met Hallische medicijnen |
| vier glasemakers diamantjes |
| een asschop |
| een vuurtang |
| een cuipers stopmes |
| vijf en dertig hangslooten in zoort |
| een glase cast, daar op |
| agt porc: commen in zoort |
| daar in |
| een aangesn:e stuk groene grijn |
| een lap gestreepte grijn |
| een lap blaauw grijn |
| een lap zaaij |
| een lap gedrukte diemet |
| twee stucken wit gekeepert |
| een [stucken] fijn gekeepert linnen |
| een [stucken] witte bafta |
| een [stucken] gestreepte doerias |
| twee stucken gestreepte |
| een [stucken] witte Bengaalse bafta |
| drie stucken gingam in zoort |
| drie p:s Suratse chitzen |
| vijfthien voerchitzen |
| vier en een half Kust chitzen |
| vier chitze spreijen |
| twee stucken rood geruijt |
| elf stucken gestreept in zoort |
| een aangesn: stuk siamoise |
| een lap gestreepte baaij |
| seven p:r kouzen in zoort |
| vijff p:s fotassen |
| ses pakjes knopen in zoort |
| negen stucken neusdoeken in zoort |
| een bondel met lappen |
| dertig stuckjes band in zoort |
| ses en twintig enkelde neusdoeken |
| een pakje cromme cammen |
| een partij vuurstalen |
| een partij gordijn ringen, haken en oogen |
| een partij lappen trilje |
| een pakje naaij en stik zijde |
| veerthien scharen in zoort |
| negen messen in zoort |
| twee pakjes fijne kammen |
| een [pakjes] grove kammen |
| een [pakjes] met feeters, knopen en zijde |
| een [pakjes] cop: vingerhoeden |
| drie pakjes garen |
| een [pakjes] lacq |
| een doorgerege vr: rok |
| een doosje met vijftig aangesn: stukjes goude en zilvere linten in
zoort |
| een doosje met vijf en dertig flesjes balsemtillij |
| een doosje met een fluweele cap, drie beursjes en een pakje met
zwarte kralen |
| vijf en dertig bosjes Japanse knopen |
| een pakje met boorijzers |
| vijf [pakje] met knipmesjes |
| vier doosjes met brillen |
| vier zakspiegeltjes |
| twee cop: tonteldoosen |
| een pakje blauwsel |
| seven snuifdosen in zoort |
| een ijzere beugel |
| agthien tafel messen |
| agt hangsloten |
| vier pakjes scharen |
| een nijptang |
| vijf gemeene messen |
| vijf stale vorken |
| vier porc: spoelcommen |
| een blicke trommel met wat romm:g |
| seven en veertig pakjes garen in zoort |
| een doosje met wat kralen |
| een stuk wit guinees |
| seven stucken neusdoeken in zoort |
| een aangesn: stuk voerchits |
| een stuk bl: linnen |
| vijf [stuk] Sinaas linnen |
| veerthien boeken schrijfpapier |
| drie linne broeken |
| een linne camisool |
| een tafelcastje |
| een vaatje met wat tammerijn |
| een vaatje met wat witloot |
| twee casjes met wat pijpen |
| een [casjes] met 15 steene vaderl: zeep |
| vijf led:e cassen |
| een casje met kralen |
| een casje met grote glase ruijten |
| een casje met wat porc: theegoed en glaswerk |
| een casje met wat spijkers, vijlen en schoolboeken |
| een casje met wat stijfzel |
| een casje met wat lood en romm:g |
| een casje met wat sereboa |
| een casje met wat thee |
| een casje waar in |
| dertig porc: spoelcommen |
| thien porc: commen |
| een casje met wat hangsloten |
| een kist daar in |
| vier en dertig stucken neusdoeken |
| ses voerchitsen |
| twee Suratse chitzen |
| twee gestreepte camisools |
| twee gestreepte broeken |
| een casje met wat swavel |
| een kist daar in |
| veerthien pakjes garen |
| seven pakjes band in zoort |
| agthien cop: tonteldosen |
| een partij vuurstalen |
| sesthien vrouwe waijers |
| een p:s bl: linnen |
| een p:s voerchits |
| drie bl: neusdoeken |
| drie gestreepte camisools |
| drie gestreepte broeken |
| vier tinne commen |
| een stoffer |
| seven steene Caabse zeep |
| een asschop |
| vier zikkels |
| twee zaag bladen |
| drie parrans |
| vijf ballast manden |
| een kelder met elf flessen lijn olij |
| twee [kelder] met led:e flessen |
| een casje met een partij glase ruijten |
| een cop: nagtblaker |
| een stuk Vlaams linnen |
| veerthien Ceulse potten in zoort |
| agt water kannen |
| een porc: soupcom |
| een casje met wat glase kelken |
| een mand met wat blicke formjes |
| vier en dertig porc: tafelborden |
| ses en dertig porc: spoelcommen in zoort |
| een nesje Japanse potjes |
| een porc: boterpot |
| een gorgelet |
| twee porc: camerpotten |
| een rak |
| een blicke trommel |
| agt zeijldoekse zakken |
| een lap zeijldoek |
| een aarde keteltje |
| twee bossen bindrottings |
| twee vuurstoven |
| een partij timm:s gereedschap |
| een graaf |
| een partij planken |
| een partij kaarse lepels en voorts |
| een partij houtwerk en romm:g |
| twee porc: schotels |
| drie porc: commen |
| een cadel, daar op |
| een buldzak |
| een peul |
| seven kussens |
| een zak met Javase bonen |
| een kist, daar in een en twintig porc: spoelcommen |
| een led:e kist |
| een vierkante tafel |
| twee glase karbassen |
| een lap zijl |
| een glase deur |
| een halfaam |
| een aarde pot |
| een emmer |
| een zijldoekse zak |
| een partij touwerk |
| drie led:e casjes |
| een ijzere pot |
| een cop: taartepan |
| een aarde pot |
| twee balijtjes |
| een boter vaatje en voorts |
| een partij romm:g |
| | Rd:s |
| een onderhandse obligatie door den burger Cornelis de Waal in dato
19 Junij 1766 verleden groot ƒ500 of | 166:32 |
| een onderhandse obligatie ten lasten Cornelis de Waal sub dato 23
Augustus 1766 groot ƒ1500 of | 500:-- |
| een onderhandse obligatie door denzelven [Cornelis] de Waal op den
17 Aug:s 1769 gepasseerd in capitaal ƒ1200 of | 400:-- |
| een onderhandse obligatie verleeden door den burger Cornelis
Verweij sub 2 November 1769 groot ƒ300 ofte | 100:-- |
| een onderhandse obligatie ten lasten den burger Cornelis de Plooij
van dato 20 Aug:s 1772 ter groote van ƒ300 | 100:-- |
| een onderhandse obligatie door den burger Cornelis de Waal
Cornelisz: gepasseerd in dato 21 Novemb:r 1774 in capitaal
ƒ500 | 166:32 |
| een onderhandse obligatie op den 25 Novemb:r 1766 door den burger
Cornelis Verweij verleeden, ten capitale van ƒ200 | 66:32 |
| een scheepenkennisse ten lasten den burger Hend:k Elshoud de dato
18 Novemb:r 1755 in cap:l groot ƒ1700 | 566:32 |
| een scheepenkennisse door denzelven [Hend:k] Elshoud op den 30:e
November 1757 gepasseerd ter groote van ƒ1700 | 566:32 |
| een onderhandse obligatie gepasseerd door den burger vaandrig
Hendrik de Waal, sub dato 12:e Julij 1766 groot ƒ600 | 200:-- |
| een onderhandse obligatie ten lasten evengem: [vaandrig Hendrik]
de Waal, van dato 27 September 1774 ter somma van
ƒ1000 | 333:16 |
| een onderhandse obligatie op den 6 Aug:s 1773 door den burger
Harmanus van Harenstel verleeden ten capitale van
ƒ450 | 150:-- |
| een secretariëele obligatie van dato 22 October 1770 door den
burger Hendrik Matthijszen gepasseerd in capitaal groot
ƒ300 | 100:-- |
| een secretariëele obligatie ten lasten gem: [Hendrik] Matthijsen
sub 11 Febr: 1771 ter groote van ƒ600 | 200:-- |
| een secretariëele obligatie door denzelven [Hendrik] Matthijsen
op den 22 October 1771 verleeden ten capitale van
ƒ300 | 100:-- |
| een secretariëele obligatie in dato 22 November 1773 door
meergem: [Hendrik] Matthijsen gepasseerd meede groot
ƒ300 | 100:-- |
| een secretariëele obligatie verleeden door den landbouwer
Johannes Botman d' oude sub 24 Maart 1766 ter grote van
ƒ1000 | 333:16 |
| een onderhandse obligatie ten lasten evengen: [Johannes] Botman
sub 29 April 1767 groot ƒ390 | 130:-- |
| een onderhandse obligatie gepasseerd door den landbouwer Johannes
Arnoldus Botman sub dato 30 Maart 1769 ten capitale van
ƒ400 | 133:16 |
| een onderhandse obligatie gepasseerd door den burger Johan Hendrik
Snijder op den 23 Februarij 1767 verleeden groot
ƒ300 | 100:-- |
| een onderhandse obligatie ten lasten den burger Jan Hartog sub 28
Febr:ij 1767 groot ƒ300 | 100:-- |
| een onderhandse obligatie door den burger Johannes Calmijer in
dato 25 November 1771 verleeden, ten capitale van
ƒ300 | 100:-- |
| een secretarieele obligatie sub 21 Junij 1770 gepasseert, door den
burger Jan IJselle ter grote van ƒ600 | 200:-- |
| een secretarieele obligatie meede door evengem: [Jan] IJselle op
den 22 Junij 1772 verleeden ten capitale van ƒ900 | 300:-- |
| een secretarieele obligatie ten lasten denzelven [Jan] IJselle sub
dato 30 Junij 1774 in capitaal ƒ600 | 200:-- |
| een secretarieele obligatie door meergem: [Jan] IJselle op den 5
December 1774 gepasseerd ter somma van ƒ900 | 300:-- |
| een secretarieele obligatie door den burger Jan Christoffel
Broderik op den 23 Jann: 1772 verleeden in capitaal
ƒ500 | 166:32 |
| een onderhandse obligatie ten lasten den boekhouder en gesw:
clercq der Weescamer mons: Joh:s Knockers sub 31 December 1774
groot | 100:-- |
| een scheepenkennisse op den 13 Maart 1774 verleeden door den
landbouwer Lodewijk Pretorius ten capitale van ƒ2000 | 666:32 |
| een onderhandse obligatie door denzelven [Lodewijk] Pretorius op
den 21 Maart 1765 gepasseerd groot ƒ300 | 100:-- |
| een onderhandse obligatie in sub dato 10 September 1771 verleeden
door den burger Michiel Cornelis Berning groot in capitaal
ƒ1000 | 333:16 |
| een onderhandse obligatie door den burger Philip Lodewijk Metzler
op den 9 November 1774 gepasseerd groot ƒ150 | 50:-- |
| een onderhandse obligatie van den 20 Maij 1774 ten lasten den
burger Pieter Rijno Laubscher groot aan capitaal
ƒ1000 | 333:16 |
| een onderhandse obligatie door de wed: Jochem Prinsloo op den 24
December 1771 gepasseerd in capitaal ƒ300 | 100:-- |
| het geen den landbouwer Stephanus Botman over gekogte goederen
debet is volgens boek ƒ12 | 4:-- |