MOOC8/20.39
{17931202} 2 December 1793
Alida van Wijk
Höhne
Inventaris van alle soodanige goederen en effecten als ’er op Vrijdag
den neegen en twintigsten der maand November des jaars een duijsend zeeven
hondert drie en neegentig, des nademiddags de klocke omtrend twee uuren ab
intestato metter dood zijn ontruimd en naargelaaten door Alida van Wijk
gesepareerde huijsvrouw van den burger Casper Brewis, ten voordeele haarer
natenoemene kinderen bij evengemelde Brewis in egt verwekt, genaamt
door ons ondergeteekende gecomm: Weesmeesteren opgenomen en ten papiere
gebracht en bevonden te bestaan in het volgende, te weeten
In een huur huijs van den burger Fredrik Kannemeijer alwaar de
overleedene is woonagtig geweest, en aldaar
Werdende wijders hier pro memorie bekend gesteld dat in den boedel
gevonden zijnde een transport van zeekere
slavenjongen door den persoon Pieter Plaasman aan den
minderjarige Everhardus Pieter Plaasman bij weege van donatie inter vivos
geschonken, dog waaromtrend de oudste zoon Jan Casper Brewis betuijde dan
denselven slaaf is koomen te overleijden
Wijders dat de paerdewagen en drie bruijne paerden volgens declaratie
van den persoon Pieter Hendrik Keultjes aan hem zouden toebehooren, vertoonende
een koopbrief waarby blijkt dat door hem van eene Hendrik Schuurman is gekogt
een wagen en vier paarden voor rd:130 dan bij nadere ondervraginge ontwaard
zijnde dat deselve paerden door hem gekogt reeds lange gecreveert en de paarden
zig thans in den boedel bevindende door de overleedene zelfs ingekogt ende
betaald zijn en zal dus over ’t een en ander nader moeten worden
gedelibereert
En eijndelijk dat aan de twee kinderen Willem en Jannetje Dorothea aan
ieder een bed met toebehooren zijnde de twee bedden in deesen vermeld, zijn
afgegeven als hebbende hunlieden oudste broeder Jan Casper Brewis van zijne
overleedene moeder insgelijks reeds een bed ontfangen, zullende voorts den
jongste zoon Everhardus Pieter Breewis tot een equivalent van dien uijt den
boedel vooruijt moeten genieten eene somma van vijfthien rijxdaalers
Aldus gedaan ende geinventariseerd op ten sterfhuise voormeld, op den
tweeden dag der maand December zeeven hondert drie en neegentig ende zulx op
het op en aangeeven van meergemelden Jan Casper Brewis en den persoon Pieter
Hendrik Keultjes voormeld, als zijnde den laatst gemelden bij de overleedene
woonagtig geweest en dewelke te samen betuijgden hun daarinne ter goeder trouwe
gedragen, en niets versweegen te hebben, dat hunnes weetens tot den boedel en
nalatenschap behoorde, onder praesentatie, zulx des gerequireerd werdende ten
allen tijde met solemneelen eede te zullen bevestigen en voorts met belofte,
indien ’er in der tijd, iets tot den boedel betrekkinge hebbende, nog mogte
opdoen zulx nader te zullen opgeven, omme alsdan deesen inventaris daarmeede te
kunnen amplieeren
Hebbende deselve tot meerder seekerheid van ’t een en ander deesen
beneevens ons gecomm: Weesmeesteren ende mij Secretaris eigenhandig
gesubscribeert
Als gecomm: Weesm:stn: W:J: van Oostersee, A: Berrangé
Jan Casper Brewis
Dit +++ merk is door Pieter Hendrik Keultjes eigenhandig gesteld
Mij present: J: P:r Faure, Secret:s
Op den 6 December 1793 is door den in deesen vermelde zoon der
overleedene Jan Casper Breewits ter Weekamer opgaaf gedaan, door hem nog nader
ontdekt te zijn de volgende goederen tot den boedel behoorende, als
Ter Weeskamer aan Kaap de Goede Hoop datum 6 December 1793
P:H: Faure, Secret:s
door Willem Breewits ter Weeskamer bekend gemaakt zijnde, dat desselfs
broeder Jan Casper Breewits van de contanten des boedels eene somma van rd:s164
had agter gehouden, het welk zijlieden in vier portien verdeeld hebbende, hij
daarvan zijn aandeel ter somma van rd:s41 had genooten en ook reeds
doorgebragt, mitsgs de overige 3/4 gedeeltens, waarvan de twee jongste
kinderen, ieder 1/4 is competeerende, onder desselfs broeder voormeld waren
berustende gebleeven, hebben Heeren Weesmeesteren bij derselver resolutie van
den 19 Maart ll: besloten d’ aandeelen der voorige twee onmondige kinderen,
makende voor ieder rd:s41 ofte te zamen rd:s82, door hem Jan Casper Breewits
ter Weeskamer contant te doen inbrengen, omme ter voordeele der twee onmondige
bij de Weesboeken te werden ingenoomen, het welk dan ook op heeden is
geschuld
Cabo de Goede Hoop den 10 April 1794.
P:H: Faure, Secret:s
| 1) Jan Casper, mondig |
| 2) Willem oud 22 |
| 3) Jannetje Dorothea oud 14, en mitsgaders |
| 4) Everhardus Pieter Plaasman oud 12 jaaren in onegt
verkreegen bij den persoon Pieter Plaasman |
In het voor huijs
| twee witte ophaal gordijnen |
| twee spiegeltjes met vergulde lijsten |
| ses schilderijen |
| drie blikke blaakers |
| twee vierkante tafeltjes |
| vijfthien stoelen in zoort |
In de kamer ter linker hand
| een witte ophaal gordijn |
| een spiegel |
| elff schilderijen in zoort |
| een hoekrak |
| een theebaletje met koopere banden |
| een ledikant met rood behangsel waarop |
| een bed |
| een peuluwe |
| zes kussens en |
| een chitse kombaars |
| een ledikant waarop |
| een bed |
| twee kussens |
| een vierkante tafeltje |
| ses stoelen waarop |
| ses losse roode trijpe kussens |
| een kabinet, volgens opgaaf der kinderen toebehoorende aan den
bij de overleedene woonagtig geweest zijnden persoon Pieter Hendrik Keultjes,
en waarin |
| de kleederen van de overleedene bestaande in |
| veerthien rocken in zoort |
| drie gonnen /:zijde:/ |
| ses hembden |
| zeeven linne cabaaijtes |
| vier mutsen |
| een paar zijde schoenen |
| vijf waaijers in zoort |
| een zilvere beugeltas |
| een paar zilvere gespen |
| twee goude ringen |
| twee paaren leedere schoenen ’t welk een en ander op versoek
der gesamentlijke twee oudste zoonen aan der overleede eenigste dogter Jannetje
Dorothea Brewis is verbleeven, voorts |
| een rol kooper draat |
| twee stellen witte beddebehangsel |
| een witquast |
In de gaanderije
| een eetens kast |
| een vierkante tafeltje |
| een oude rustbank |
| een koopere theemachine |
| een verlakte schenkblad en voorts |
| een partij leed: bottels, flessen en wat rommelarij in
zoort |
In de agterkamer
| een groote opslag eetenstafel |
| een leed: kiste |
| twee zitbanken |
| een stoel |
In de kombuijs
| drie ijsere schoorsteenkettings |
| zes ijsere potten in zoort |
| een koopere kookkeetels |
| een ijzere koekepan |
| een ijzere rooster |
| twee ijzere drievoeten |
| een ijzere asschop |
| een ijzere vuurtang |
| twee water half aamen met een koopere beeker |
| twee water emmers |
| een combuijstafel |
| twee kelders met eenige leed: flessen |
| een tinne soupkom |
| drie tinne schotels in zoort |
| een tinne schenkbord |
| twintig messen in zoort |
| zesthien tinne leepels |
| een tinne soepleepel |
| twintig vorken in zoort |
| twaalff porcelaine borden |
| twee koopere kandelaars |
| twee ijsere snuijters |
| een groote kopere leepel |
| een oud strijkijser |
| een blikke trommel |
Op de zolder
| twee koopere koffij kannen |
| een koopere waschlampet met zijn koopere bak |
| een koopere vijsel met zijn stamper |
| een koopere beeker |
| een koopere taartepan |
| twee ijzere potten |
| twaalff porcelain borden |
| twee porcelain nagtpotten |
| een rijdzadel met zijn toom |
| een hondert en vijftig leedige Keulse kannen |
| dertig leed: flessen en |
| eenige leed: bottels |
| een tinne schootel |
| een seeft |
| een blikke armblaaker |
| een rasp |
| een rolstok |
Op de agterplaats
| een nieuwe paerdewagen |
| een huis ladder |
| drie stukken ebbenhout |
| een partij steenvormen en voorts |
| twee oude cafsakken, mitsg:s een partij houtwerk en romm: |
| een kar |
| drie brijne paerden |
| vier paerdetuijgen |
Leijf eigenen
| een slavejongen genaamt Candappa van
Ceijlon |
| een slavejongen genaamt Maij van
Mosambicque |
| een slavemeid genaamt Roesje van Bengalen met
haar kind genaamt Daniël van de
Caab |
| een slavemeid genaamt Renijntje van
Madagaskar |
Contanten
| eene somma van vier en sestig rijxdaalers en dertig
stuijvers |
Dubieuse inneschulden
| | Rd:s |
| Floris Davids op een onderh: briefje | 25:-- |
| Johanna Zeegeler op een onderh: briefje over geleende
contanten | 26:-- |
| Johanna Zeegeler over twee maanden
huijshuur | 50:-- |
| waarvoor zig bij onderh: briefje d:d: 13 Aug:st 1792 als borg
heeft geinterponeert den burger Fredrik de Jager |
| den soldaat Uijthuijsen volgens
aanteekening | 17:6 |
| Herman Claassen op een specificque
reek: | 33:36 |
| een porcelaine schootel |
| een strijkijser |
| een buldzak |
| twee kussens |
| een combaars |
| twee houte blokken |
| een chaistuijg |
| een kelder met leed: flessen |
| een coffijmoolen |
| twee blikke trommels |
| twee beijlen |
| vier ijsere braad pannen |
| een palies mantel, dewelke almeede tot der overleedene lighaam
heeft behoord en door haar is gedragen geworden, en benevens d’ hiervooren
gemelde kleederen aan d’ eenigste minderjarige dogter Jannetje Dorothea
Breewits is verbleeven |
| twee goude horologies waar van volgens declaratie der
erfgenamen, de eene aan evengem: Jannetje Dorothea en d’ andere aan
Everhardus Pieter Breewits door wijlen hunne moeder zijn geschonken, en dus tot
hun mondig worden ter Weeskamer voor hun zijn in bewaaringe
genoomen | het horologie Jannetje Dorothea Brewits toekomende is op
den 24 December 1795 aan haren man G:A:C: Siedeman afgefeeven; den 6 Julij 1804
is het hier nevengem: horologie aan E:P: Plasman afgegeeven ingevolge Weesm:
resolutie van den 2 Maij 1804 |