MOOC8/33.9
{18180806} 6 Augustus 1818
Helena Johanna
Leendersz
Inventaris van alle zodanige goederen als ’er op Dingsdag den vierde dag
deeser lopende maand Augustus ’s morgens de klokke quart over vier uuren
metter dood zyn ontruimd ende nagelaten door Helena Johanna Leendersz weduwe
van den baas timmerman op ’s Compagnies equipage werf Meijndert van Eijk,
hebbende de overleedene bij testament in dato 14:e September 1815 voor den
notaris publiek m:r Jacobus Petrus de Wet en getuygen opgericht, na alvorens
eenige legaten en praelegaten te hebben besproken tot haare eenige en
universeele erfgenamen, geroepen benoemd en aangesteld, de kinderen by
opgemelde haren vooroverleedenen man in echt verwekt, met namen
en voorts by zekere onderhandsche acte in dato 30 November 1816 uit kragte
der clausule reservatoir in haare testamente vervat, denzelven testamente
g’annexeerd, Heeren Weesmeesteren deeser Colonie verzogt en benoemd tot
executeuren van hetzelve testament, redderaars harer nalatenschap en voogden
over haare minderjarige erfgenamen en legatarissen, wien ten gevolge den boedel
door ons ondergeteekende gecommitteerde Weesmeesteren is geinventariseerd en
opgenomen, en bevonden te bestaan in het volgende, te weeten
In het evengemelde huys en aldaar
Aldus geinventariseerd aan de Kaap de Goede Hoop ten sterfhuise voormeld
op den 6 Augustus 1818 ende zulks op het op en aangeven van Jan Hendrik van
Eyck, in den hoofde deeses gemeld, dewelke verklaarde zig hierinne ter goeder
trouwe gedragen en met zyn weeten niets verzweegen of terug gehouden te hebben,
van al het geen tot den boedel en nalatenschap behoord, invoegen hy dan ook
betuygde de deugdelykheid zyner opgave ten allen tijde des vereischt werdende
met solemneele eede nader te bevestigen, en verdere belofte zo hierna nog iets
tot gesegde nalatenschap behorende mogte worden ontdekt, daarvan nader en
getrouwelyk ter Weeskamer opgaaf te zullen doen, ten einde deesen inventaris
daarmeede te amplieeren.
In teeken der waarheid is deesen ter presentie van ons gecommitteerde
Weesmeesteren ende my Eerste Commis der Weeskamer door den inventarient
eigenhandig ondertekend.
Als gecomm: Weesmeesteren: Daniel de Waal, J:H: Munnik
J:H: van Eyk
Mij present: G:A: Watermeijer, E:C:
| 1) Jan Hendrik van Eijck |
| 2) Maria Johanna van Eijck thans gehuuwd met Thomas
Chapley |
| 3) Meindert Jacob van Eyck |
| 4) Daniel Wilhelm van Eijck en |
| 5) Helena Hendrica van Eyck gehuuwd met Joseph Davidson |
| Een huis en erf staande en geleegen in deese Tafelvalleij in de Waale Straat in ’t Blok
L:L: en aldaar No: 4 blykens transport
in dato 10 October 1806 aan de overleedene gedaan |
In de voorkamer ter regterhand
| twee illusters met vergulde lysten |
| zeeven schilderyen in zoort |
| twee vierkante tafeltjes |
| zes stoelen met losse ledere mattrassen |
| een sassinet |
| twee guerridons |
| een Chinasch bureau met een opstaande glase kast dewelke de wed:e
Jan Adolph Wagenaar opgeeft haar eigendom te zijn |
| vier blikke trommels |
| drie stooven |
| een kaarsendoos |
| een toilet doos |
| een liquer keldertje |
| een Chinasch verlakte ledige theekistje |
| een theekistje met drie blikke bussen |
| een naaidoos |
| een kleine ledige koffer |
| een houte kistje met een slot |
| een houte kiste met een slot, kleinder |
| een sleutelkistje |
| twee plettit kandelaaren |
| een zilvere zuykertrommeltje |
| een foliant Bybel met zilver beslag |
| een vliegenwaayer |
| drie porcelaine potten |
| een stinkhoute kast, zynde volgens opgaaf deselfde die door de
overleedene by testament is gelegateerd aan haare dogter Maria Johanna van
Eijck voor eene somma van rd:s25 |
| in de evengemelde kast |
| een zilvere schenkbord |
| een goude zakhorologie met goude ketting |
| een kleine verlakte schuifdoosje |
| een carette doos met zilver beslag waarin zestien knopen met
steenen en eenige andere kleinigheeden |
| zeeven tafellakens |
| zes en twintig servietten |
| zeventien beddelakens |
| twaalf handdoeken |
| drie en zestig kussenslopen |
| twee stel bedtbehangsels |
| een chitze ophaal gordyn |
| een katoene deeken |
| twee chitze spreyen |
| een klederborsel |
In de voorkamer ter linkerhand
| een sassinet |
| een kleine spiegel met vergulde lyst |
| een kleine vierkante tafel, behoord aan juff: van Eyk |
| een lessenaar op een voet |
| drie schenkbladen in zoort |
| vyf glaase karaffen in zoort |
| vier waterglazen |
| acht bierkelken |
| dertien wynkelken in zoort |
| vier confytglaasjes |
| twee glaase zoutvaatjes |
| drie strykysers met twee roosters |
| drie aarde trekpotten |
| twee aarde melkpotjes |
| neegen p:r kopjes en pierings in zoort |
| zeeven kommetjes |
| een tinne ketel |
| een kopere ketel |
| een kopere confoor |
| twee zilvere soeplepels |
| twee en twintig zilvere eetlepels |
| acht zilvere dissert lepels |
| zes zilvere dissert vorken |
| zeventien zilvere theelepeltjes |
| twee zilvere confyt vorkjes |
| een oude zilvere sleutelhaak en eenig oud zilver |
| twee zilvere zoutvaatjes met blaauwe glaasjes |
| twee plettit zuykertangen |
| een trancheermes |
| twaalf tafel en vorken met witte yvoire heften |
| twaalf dissert messen en vorken |
| een pagter spelletje |
| een kurkentrekker en |
| eenige kleinigheeden van geen aanbelang |
In de voorhuis gaandery
| twee bankjes |
| een kamer beuzem |
In de dispens
| een kopere blaker |
| een kopere kandelaar |
| een kopere handlantaarn |
| een kopere vysel en stamper |
| een koffiemolen |
| drie stale snuyters |
| twee verlakte snuyterbakjes |
| een botervaatje |
| een kleine balie |
| een verlakte broodbakje |
| twee verlakte messenbakjes |
| een aarde wasch lampet en twee aarde kommen |
| twee aarde poddingschotels |
| een aarde salade bak |
| achttien aarde borden in zoort |
| een aarde beeker |
| twee aarde zuykerpotjes |
| vier aarde potjes in zoort |
| neegen ledige bottels en vlessen |
In de bovenkamer n:o 1
| een enkelde ledikant waarop |
| twee bulsakken |
| een peuluw |
| zes kussens en |
| een chitze deeken |
| een kadel waarop |
| een bulsak |
| een peuluw |
| zeeven kussens |
| twee stoelkussens |
| een chitze deeken en |
| een wolle kombaars |
| een waterpot |
In de bovenkamer no: 2
| een sassinet |
| een vloermat |
| twee voetmatjes |
| twee ledige mandjes |
| een en twintig ledige bottels |
| een el |
| een chambreel |
| een zak met een restant paardenhair |
| een cyfferley, defect |
In de kombuijs
| een waterhalfaam |
| twee emmers |
| een baly |
| een vuilnisblik |
Op de agterplaats
| een nagtstelletje met zyn pot |
| een ledige kist |
| twee huisladders |
Inneschulden
| | Rd:s |
| een onderhandsche obligatie de dato 17 May 1817 ten lasten de heer
Ernst Fredrik Schruder groot in capitaal ƒ2000 ofte | 666:32 |
| met de renten zedert 17 May 1817 |
| een notarieele obligatie de dato 13 January 1817 ten lasten Johan
Heinrich Lichtwark groot aan capitaal ƒ8000 ofte | 2666:32 |
| met den renten zedert den 13 January deeses jaars |
| welke laastgemelde obligatie door de overleedene by onderhandsche
dispositie in dato primo February 1817 uit kragte der clausule reservatoir by
haren testamente gevoegd, in gelyke deelen is gelegateerd aan haare vier
kleynkinderen, in namen Helena Johanna en Martha Johanna van Eyk, beide dogters
van Jan Hendrik van Eyk, aan Benjamin Davidson zoon van haare dogter Helena
Henrica van Eyk en aan Daniel van Eijck zoon van haren zoon Meindert Jacob van
Eijck |
| zo veel door opgemelde Maria Johanna van Eyk voor by testament aan
haar geprelegateerde klederenkast aan den boedel moet worden
ingebragt | 25:-- |
Lasten des boedels
| | Rd:s |
| aan Daniel van Eijck Danielsz:n over zo veel door de overleedene
by testament aan hem is gelegateerd | 300 |
| zullende de overige lasten by de generale boedelrekening worden
verantwoord, alsmede eene specificque lyst der klederen etc:a door de
overleedene aan haare twee dogters geprelegateerd, deesen inventaris worden
bygevoegd |