MOOC8/34.45
{18200313} 13 Maart
1820
Geertruyda
Mosterd
Inventaris van alle zodanige goederen en effecten, als er op Maandag den
6:e deezer lopende maand Maart des nademiddag de klokke drie uuren met er dood
zyn ontruimd ende nagelaten door mejuff: Geertruyda Mosterd wed: van wylen den
capitain der burgery Petrus Jesse Moller hebbende de overleedene by testament
op den 29 February deezes jaars voor den notaris publicq alhier Fransciscus
Xaverius Lind en getuigen opgerigt, tot haare eenige en algeheele erfgenamen
benoemd en g’institueerd de kinderen en kindskinderen gesprooten uit het
huwelyk met haaren vooroverledenen echtgenoot met namen
echter met betrekking tot de tweede staak onder de beswaarenis der
erffenisse met den band aan fedei commis
zynde voorts door de overleedene by hetzelve testament tot executeuren
daarvan beredderaars harer nalatenschap en voogden over haare minderjarige en
fideicommissaire erfgenamen verzogt, benoemd en aangesteld Heeren Weesmeesteren
dezen Colonie, dient ten gevolge den boedel by wel dezelven ter beheeringe
aanvaard zynde op heeden door ons ondergetekende gecomm: Weesmeesteren is
g’inventariseerd en opgenomen, en bevonden te bestaan in het volgende te
weeten
In het evengemelde huis en aldaar
over welke twee laatstgem: lyfeigenen door de overleedene bij haar
testamente in volgende voegen is gedisponeerd
Ook verklaarde de testatrice haar wil en begeerte te zyn, dat haare
slavinne gen:d Rosina, met haar kind gen:d Mietjie, aan Pieter Pietersen, die
ten einde by haar testatrice reeds aansoek heeft gedaan, zullen moeten worden
afgestaan en verkogt voor een som van zestien honderd ryksd:s, voor welke
koopschat, door hem ten behoeve van der testatrices boedel zal moeten worden
gepasseerd eene rente doende notarieele obligatie om te worden afbetaald
zodanig, als best met hem zal kunnen worden overeengekomen, gesecureerd, door
twee in deeze Colonie ge erfen borgen ten genoegen van der testamentaire
executeuren, onder deeze mits, dat zodanige notarieele obligatie, door den gem:
Pieter Pietersen binnen den tyd van drie maanden, na haar testatrices overlyden
in zodanige borgen worden gepasseerd, by gebreeke waarvan deeze dispositie zal
koomen te vervallen, en weezen herroepen, zoo als de testatrice die dispositie
voor als dan verklaard te weezen herroepen, en de gem: slavin Rosina met haar
kind, ten voordeele van der testatrice boedel en erfgenamen, moeten worden
verkogt, zullende indien de gem: Pieter Pietersen, binnen den voorm: tyd van
drie maanden, die bedoelde obligatie, zal hebben gepasseerd de voorm: slavin
Rosina en haar kind Mietjie aan hun worden en weezen afgestaan en verkogt,
onder verdere mits, dat hy haar beiden ten zyner kosten, met verlof van het
Gouvernement, uit slaverny ontslaat en in vrydom steld
Aldus na gedaane ontseegeling g’inventariseerd aan de Kaap de Goede Hoop
op den 13 Maart 1820 ende zulx op het op en aangeven van Johannes Marth:s
Neustadt en desselfs huisvrouw Elizabeth Theodora Gerhardina Möller dewelke
betuigden hun daarinne ter goeder trouwe gedragen, en hunnes wetens niets
verzwegen of agter gehouden te hebben van al het geene tot den boedel der
overleedene behoord, bereid zynde zulx des gerequireerd wordende ten allen tyde
met solemneele eede gestand te doen, en verdere belofte, zoo wanneer hierna nog
iets tot den boedel betrekkelyk of daartoe behoorende mogten komen te
ontdekken, zulx getrouwlyk ter Weeskamer te zullen opgeeven ten einde in dat
geval deeze inventaris daarmeede kan worden g’amplieerd.
In teeken der waarheid is deeze door ons gecomm: Weesm: ende my Eerste
Commis der Weeskamer benevens de inventarienten eigenhandig
gesubscribeerd.
Als gecomm: Weesmeesteren: A:V: Bergh, A: v: Breda
J:M: Nuuwstad, E:J:G: Nuuwstat
My present: G:A: Watermeijer, E:C:
| 1) haare dochter Hester Theodora Moller geh:d met Michiel
Coetzé |
| 2) haare dochter Susanna Marthina Moller geh:d met Johannes
Heegers |
| 3) haare dochter Elizabeth Theodora Gerhardina Moller geh:d met
Johannes Marthinus Nieustadt |
| a) Geertruyda Petronella de
Waal oud 20 jaren |
| b) Josina Arendina de Waal 18 jaren |
| c) Arend Egbertus de Waal oud 16 jaren |
| Een huis en erff staande ende gelegen in
deeze Tavelvally in de Loopstraat in ’t Blok n:o 19 en aldaar een gedeelte van N:o 85 blykens transport op den 5:de Augustus
1808 daarvan aan de overleedene gedaan |
In het voorhuis
In de kamer ter regterhand
| een chitze ophaal gordyn |
| een spiegel met vergulde lyst |
| een vierkante tafel met groene kleed |
| twaalf stinkhoute stoelen met losse roode trype zittings |
| vier witkopere quispeldooren |
| twee verlakte schenkbladen |
| een klyne kistje |
In de kamer ter linkerhand
| een geruite ophaal gordyn |
| zes schilderyen |
| twee klyne klaptafels |
| een ledikant met geruite gordynen waarop |
| een bed |
| een peuluw |
| drie kussens |
| een kabinet met koper beslag |
| een kadel waarop |
| een bed |
| een peuluw |
| drie kussens en |
| een deeken |
| vier stooven |
In de gaandery
| een geruite ophaal gordyn |
| agt schilderyen |
| een spiegel met noteboome lyst |
| tien stinkhoute leuningstoelen met geruite overtrekzels |
| een zieke stoel |
| een glaaze kast waarin |
| een kopere themachine |
| twee kopere kandelaars |
| twee snuijters |
| vier blikke trommels in zoort |
| een tinne trekpot |
| zeven schotels in zoort |
| een waskom met zyn lampet |
| een boter pot |
| zes kopjes en vier pierings |
| vier zoutvaatjes |
| een melkkan |
| een klyne kistje met koper beslag |
In de combuys
| een oude tafel |
| een klyne pottebank |
| vier emmers |
| drie klyne balies |
| een kopere water beeker |
| drie yzere potten |
| een yzere koekepan |
| twee yzere schoorsteen kettings |
| twee yzere drievoeten |
| een yzere rooster |
| een yzere vuurschop |
| een yzere vuurtang defect |
| drie yzere leepels |
| een yzere schuimspan, vork, visschop en vijzel |
| een kopere poffertjes pan |
| een kopere wavel yzer |
| een kopere vergiet test |
| een kopere rasp |
| zes messen |
| zes vorken |
| een water keetel |
| een rolstok |
In het pakhuis
| een koopere water keetel |
| twee zoepterrines |
| negen schootels |
| twee en zestig borden in zoort |
| zeven kopjes en zeven pierings |
| vyf potten in zoort |
| vier glaaze confyt potjes |
| zes bierglazen |
| zeven kelkjes |
| een oude zift |
| een klyne boter vaatjes |
| twee klyne kisten |
| een rystblok met syn stamper |
| een klyne huistrap |
| een groot huistrap |
| elf oude messen |
Zilverwerk
| een zoeplepel |
| twaalf eetlepels |
| twaalf vorken |
| negen thee lepeltjes |
| vier confyt vorkjes |
| een koelbaktje |
| een zuikertrommeltje |
| vier kandelaaren |
| voorts nog |
| een witkoopere vuurtestje |
| twee plettit zoutvaatjes |
| een verlakte koekebak |
| een Bybel met plaaten |
| een Psalmboek |
| een klisteerspuit |
Lijfeigenen
| een mansslaaf gen:d Adonis van Battavia oud 64
jaren, zynde een metzelaar, en moet volgens de testamentaire dispositie van de
overleedene ten zyner eigenen kosten uit slawerney ontslagen en in vrydom
worden gesteld |
| een mansslaaf gen:d Darius van Battavia oud 66
jaren, zynde een kok aan wien door de overleedene by testamente vryheid is
gelaten om ten syner keuze by een harer kinderen te gaan inwoonen, hebbende
denzelven verkozen zig met er woon te begeeven by de overleedene oudste dochter
Hester Theodora Möller geh:d met Michiel Coetzé |
| een mansslaaf gen:d Mentor van de Kaap oud 60
jaaren, zynde een smith |
| een slavinne gen:d Rosina van de Kaap oud 32
jaren, zynde een huismeid |
| een slavinne gen:d Mitjie van de Kaap gebooren den 2 Juny 1817 zynde een dochter van evengem: Rosina |
Inneschulden
| | | Rd:s |
| | Martha Maria Herhold wed: Jan Bladt op een schepenkennis
d:d: 7 November 1805 aan capitaal ƒ7000 ofte | 2333:16 |
| renten voldaan tot p:mo Nov:br 1820 | met de renten
zed:t primo Novemb:r 1819 |
| capit: en renten voldaan den 3 Feb:y 1821 | Jacobus
Arnoldus Hurter op een notarieele obligatie d:d: 10 Maart 1813 aan capitaal
ƒ7000 ofte | 2333:16 |
| | met de renten zed:t den 10 Maart 1819 |
| | Jacobus Johannes Mellet op een schepenen kennis d:d: 26
Aug:s 1814 aan capitaal ƒ5000 ofte | 1666:32 |
| | met de renten zed:t 26 November 1819 |
| capitaal en renten voldaan den 26 February 1824 | Carel
Christiaan Kock op de schepenen kennis d:d: 20 December 1811 aan capitaal
ƒ8000 ofte | 2666:32 |
| | met de renten zed:t 20 Decemb:r 1819 |
| capitaal en renten vold: den 21 April 1821 | Nicolaas
Everhardus Mosterd op een onderh: obligatie d:d: 10 November 1814 aan capitaal
ƒ7000 ofte | 2333:16 |
| | met de renten zed:t 10 November 1819 |
| | Johannes Marthinus Neustadt op een onderh: obligatie d:d: 9
February 1816 aan capitaal | 600:-- |
| | met de renten zedert den datum der obligatie |
| | de vryd vrouw M: Wells over restants huurpenningen van een
smits jongen waar van de reek:g onder den soliciteur Jan Fred:k Meyer is
berustende ’s Gouvernements sequester de heer Ryno Johannes van der Riet als
administreerende den insolventen boedel van Johannes Heegers over het saldo
eener in dato 19 February j:l: gehoudene afreekening | 940:17 |
Lasten des boedels
| | | Rd:s |
| | aan Johanna Elizab:h Coetzee als in gemeenschap van
goederen gehuuwd geweest zynde, met nu wylen Hend:k Thobias Möller over zoo
veel aan haare overleedene man uit den boedel voor vaders bewys competeerd
volgens acte in dato 19:de February deezes jaars voor den notaris Franciscus
Xaverius Lind en getuigen gepasseerd | 2302:2 |
| | aan Michiel Coetzée als in huwelyk hebbende Hester
Theodora Möller over zoo veel aan haar uit den boedel voor vaders bewys
competeerd volgens acte in dato 19:de February deezes jaars voor den notaris
Franciscus Xaverius Lind en getuigen gepasseerd | 2302:2 |
| | aan Johannes Marthinus Neustadt als in huwelyk hebbende
Eliz:h Theodora Gerhardina Moller volgens acte in dato 19:de February deezes
jaars voor zo veel aan haar uit den boedel voor vaders bewys competeerd volgens
acte in dato 19:de February deezes jaars voor den notaris Franciscus Xaverius
Lind en getuigen gepasseerd | 2302:2 |
| | aan de Weeskamer voor de drie nagelatene minderjarige
kinderen van wylen Martha Hendrina Möller door dezelve by wylen Arend de Waal
in echt verwekt voor denzelver grootvaderlyk bewijs al
meede | 2302:2 |
| | van welke vaderlyke en grootvaderlyke erfdeelen aan de
geregtigdens de renten moeten worden te goed gedaan te weeten van eene somma
van rd:s1076:13 zedert den 18 Maart 1809 en van het resteerende gedeelte zed:t
den 18 Aug:s 1819 |
| renten bet:d tot 8 Feb:y 1820 | aan Maria Joh:a Coetze
over contant geleende penningen | 600:-- |
| | met den intrest zed:t den 8 February 1819 |
| | aan Aurelia Neustadt zooveel door de overleedene aan haar
by onderh: acte van den 25 Feb:y deezes jaars voor een legaat heeft
besprooken | 100:-- |
| | aan den notaris publicq F:s X:s Lind op een gespecificeerde
notarieele reek:g per rest | 77:6 |