MOOC8/34.48
{18110816} 16
Augustus 1811
Pieter
Henkes
Inventaris van alle zodanige goederen als er op Zaturdag den tiende
deezer lopende maand Augustus in den jaare een duijzend agt honderd en elf ab
intestato metter dood zyn ontruimd ende nagelaten door den burger Pieter Henkes
ten voordeele zijner twee nagelatene kinderen door hem bij zijne
voorverstorvene eerste huijsvrouw Johanna Catharina Elsabe Dafel in echt
verwekt, met naamen
Zodanig als dezelve nalatenschap door ons ondergeteekende gecommitteerde
Weesmeesteren op het op en aangeeven zyner thans overgebleevene weduwe Anna
Catharina Heckroodt met dewelke hij blijkens acte antenuptiaal in dato 13:e
Maart 1810 voor den notaris publicq Jan Bernhard Hoffman en getuijgen
gepasseerd, buijten gemeenschap van goederen is gehuuwd geweest, is
g’inventariseerd en opgenomen, en bevonden te bestaan in ’t volgende,
namentlijk
Werdende hier voorts pro memorie bekend gesteld, dat door de
overgebleevene weduwe staande het huwelijk voor reekening van den overleedenen
penningen ontfangen en uitgegeeven zijn, en waarvan door haar ter Weeskamer
behoorlijk reekening en verantwoording zal worden gedaan
Zynde de klederen van den overleedenen van weinig belang voor den eenigen
onmondigen zoon buyten inventarisatie gelaten
Aldus g’inventariseerd aan de Kaap de Goede Hoop ter plaatze voormeld op
den 16:e Augustus 1811 ende zulks op het op en aangeeven van de in den hoofde
deezes gemelde weduwe, en in tegenswoordigheid van Siegfried Frankel als nomine
uxoris belanghebbende, dewelke verklaarde zig hierinne ter goeder trouwe
gedragen, en hares weetens niets verzweegen of te rug gehouden te hebben van al
het geen tot den boedel en nalatenschap behoord, invoegen zy dan betuijgde de
deugdelykheid harer opgaave ten allen tijde des vereischt werdende met
solemneele eede nader te bevestigen, en verdere belofte zo hier na nog iets tot
gezegde nalatenschap behoorende, mogte komen te ontdekken, daarvan nader en
getrouwelyk ter Weeskamer opgaaf te zullen doen, ten einde deezer inventaris
daarmeede te amplieeren.
In teeken der waarheid is deezen ter presentie van ons gecommitteerde
Weesmeesteren ende mij Eerste Commis der Weeskamer door de Comp:ten eigenhandig
onderteekend.
Als gecomm: Weesmeesteren: A: v: Breda, W:J: Klerck
Voor den opgaaff: H:C: Heckroodt, wed:e Henkes
In ’t byweezen van my: Jeroen Nel
Mij present: G:A: Watermeijer, E:C:
Den 18 Augustus 1809
Kleederen van wijlen Pieter Henkes
| 1) Johanna Catharina Henkes geh:d met den medicinae doctor
Siegfried Fränkel |
| 2) Johannes Petrus Henkes thans oud 22 jaaren |
| Op de plaats de Poespas Kraal geleegen agter de Steenbergenen en aldaar |
In het voorhuijs
In de kamer ter regterhand
| een kadel |
| een klijne tafel |
| twaalf stoelen in zoort |
| een kopere thee machine |
| een kopere keetel |
| een tobaks mes |
| een lantaarn |
In de kamer ter linkerhand
| twee spiegels |
| twee kasten |
| twee klaptafels |
| een ledikant, waarop |
| een bulzak |
| vier kussens |
| een deeken en |
| twee lakens |
| een rustebank |
In de combuijs
| vier yzere potten |
| een koekepan |
| een schoorsteen ketting |
| een rijstblok en stamper |
| een halfaam |
| een kopere tregter |
| een traan halfaam |
| een tafel |
| drie tinne leepels |
| een tinne soup leepel |
| agt staale vorken |
Op de werf
| agt balies en vaten in zoort |
| een kopere keetel |
| neegen looijers messen |
| een looijers tang |
| een honderd en zeventig schapen vellen in ’t werk |
| twee en tagtig halve beestevellen in bast |
| zes en dertig bokkevellen in bast |
| een honderd zestien schapenvellen in bast |
| een honderd een en zestig halve beestevellen in kalk |
| twee honderd zeeven en zeventig schapenvellen in kalk |
| twee drooge beestevellen |
| een bastrad |
| een bastrad defect |
| een slijpsteen |
| een oude wagen |
| een party oude wielen en assen |
| een zadel |
Beestiaal
| drie paarden |
| agt trekossen |
| een draag os |
Lasten des boedels
| | | Rd:s |
| van deeze geheele pretensie is door de opgeevster de overgeblevene
weduwe van den overledene afgezien, en deselve door haar teruggenomen, vide
Heeren Weesmeesteren resolutie van den 23 Meij 1821 | aan de in den
hoofde deezes gemelde weduwe over zo veel door haar volgens geproduceerde
gequitteerde obligatie op den 20 Februarie deezes jaars aan m:r Gerrit Buijskes
qq: Joseph Pero is betaald, weegens het aan den onmondigen zoon Johannes Petrus
Henkes competeerend moederlijk bewijs, mitsg:s het geen aan uit den boedel van
wylen Willem Nel aan erfenisse is toegevallen, en welk een en andere blykens
obligatie in dato 12 December 1809 voor opgemelde m:r Gerrit Buyskes in
deszelfs betrekking als notaris publiek en getuygen verleeden ondere den
overleedene is berustend geweest ƒ3245 ofte | 1081:32 |
| 6 hembde |
| 7 rokke |
| 1 boven baatje |
| 3 onder [baatje] |
| 4 p:r kouse |
| 2 p:r laarse |
| 1 overrok |