MOOC8/36.35 - KEEROM STRAAT N:O 4, BREESTRAAT, BLOK 21, DAMON VAN BOUGIES, ADONIS VAN DE KAAP, APRIL VAN BATAVIA, SPADILLE VAN MUSKETTE, DAPHNé VAN BATAVIA, SAARTJE VAN DE KAAP, ABRAHAM, DAPHNE, PAARL

Search...
How to Search South African Genealogy
How to Search South African Genealogy

In order to search SouthAfricanGenealogy.com, you will need the correct, exact full names and surname of the individual you are searching for, since we verify records against official sources for accuracy purposes.

In the event you do not have the exact names or surname, we do offer users the opportunity to make use of a Wildcard Search Function, which will allow you to search partial names or surname.

The Wildcard Search

In order to make use of our Wildcard Search function, you can simply make use of the percentage (%) sign when conducting a search.

As an example, you are looking for a Beatrice Smith, but are not sure what her middle names are. In this case, you can enter her name, in the Name field as follow:

Beatrice%
(This will bring up all records where the names start with Beatrice.)

%Beatrice%
(This will bring up all records where Beatrice appear anywhere in the names.)

%Beatrice
(This will bring up all records where the names end with Beatrice.)

This can also be applied to the surname in the Surname field where you are not sure about the spelling of the surname when conducting a search.

🔎 MOOC8 Inventory for Keerom Straat N:o 4, Breestraat, Blok 21, Damon van Bougies, Adonis van de Kaap, April van Batavia, Spadille van Muskette, Daphné van Batavia, Saartje van de Kaap, Abraham, Daphne, Paarl

MOOC Reference: MOOC8/36.35

Date: 18211008
Names: Keerom Straat N:o 4, Breestraat, Blok 21, Damon van Bougies, Adonis van de Kaap, April van Batavia, Spadille van Muskette, Daphné van Batavia, Saartje van de Kaap, Abraham, Daphne, Paarl
MOOC8/36.35 {18211008} 8 October 1821 Sophia Rebecca Plagman Inventaris van alle zoodanige goederen en effecten, als er op Woensdag den 3:de dezer loopende maand October de klokke 1 uren in den morgen metter dood zyn ontruimt en nagelaten door Sophia Rebecca Plagman weduwe wylen den burger Johan Godfried Mocke, hebbende de overledene by testamentaire dispositie in dato 16 Mey 1820 voor den notaris publiek Franciscus Xaverius Lind en getuigen gepasseerd, na alvorens differente legaten en praelegaten te hebben gemaakt tot hare eenige en universele erfgenamen, benoemd en geinstitueerd hare hier na te noemene kinderen by voorsch: haren echtgenoot in huwelyk verwekt, te weten en voorts tot executeuren van hetzelfde testament benoemd en verzocht het Collegie van Weesmeesteren dezer Colonie, ten gevolge waarvan de nalatenschap door ons ondergeteekende gecommitteerden uit het evengemeld Collegie na gedane ontzegeling is geinventariseerd en opgenomen, en bevonden te bestaan in het navolgende In het eerstgemelde huis en aldaar Terwyl de overige goederen in dat vertrek gevonden zyn erkend geworden, het eigendom van voorsz:en Keeve te zyn. Terwyl de overige goederen in dat vertrek gevonden, erkend zyn geworden het eigendom van dikwyls gem:e Keeve te zyn. en voorts nog in het bezit van Johannes Jacobus Mocke Aldus geinventariseerd ten sterfhuize voorsch: op den 8:sten October 1821, op het op en aangeven van de in den hoofde dezes gemelde erfgename Maria Jacoba Mocke en haren echtgenoot Hermanus Gerhardus Keeve, dewelke getuigden zich hierinne ter goeder trouwe te hebben gedragen en wetens en willens niets te hebben verzwegen of agtergehouden dat tot voorsch: boedel en nalatenschap is behorende, en verdere belofte omme zoo hierna nog iets mogte worden gevonden tot voorm: nalatenschap specterende, daarvan nader en getrouwelyk ter Weeskamer opgave te zullen doen, ten einde dezen inventaris daarmede te kunnen amplieren. Weshalven zy dan ook getuigden de deugdelykheid van deze hunne ophave ten allen tyde des vereischd wordende met solemnelen eede te willen staven. In teeken der waarheid is deze ter presentie van ons gecommitteerde Weesmeesteren en my Secretaris door voorsz:en Maria Jacoba Mocke en Hermanus Gerhardus Keeve eigenhandig gesubscribeerd. Als gecommitteerde Weesmeesteren: A:V: Bergh, J:F: Munnik Voor den opgaaf: H:G: Keeve, M:J: Mocke My praesent: J:J:L: Smuts Lyst der kledingstukken van wylen de wed:e J:G: Mocke My praesent: J:J:L: Smuts

1) Maria Elisabeth Mocke gehuuwd met Johan Fredrik Schickerling
2) Helena Christina Wilhelmina Mocke gehuuwd met Jacques Gideon Tredoux
3) Sophia Johanna Mocke gehuuwd met Jan Hendrik Bam
4) Johan Godfried Mocke
5) Fredrik Simon Mocke
6) Apolonia Carolina Mocke gehuuwd met Carl Hancke
7) Johanna Dorothea Mocke gehuuwd met Michiel Fredrik Pentz, welker aandeel de overledene heeft bezwaard met den band van fidei commis
8) Johannes Jacobus Mocke
9) Christiaan Carl Mocke en
10) Maria Jacoba Mocke gehuuwd met Hermanus Gerhardus Keeve
Een huis en erf en annex pakhuis staande ende gelegen in de Keerom Straat N:o 4
een huis en erf staande ende gelegen in de Breestraat in het Blok 21 en aldaar N:o 7 het welk de testatrice verklaart heeft van haren zoon Johan Godfried Mocke voor eene somma van achttien duizend guldens Ind: vall: te hebben overgenommen en derhalven te begeren dat zoo hetzelve huis by publieke verkooping hares boedels minder dan de gemelde som van ƒ18000 mogte komen te renderen, zoodanig meerder bedragen alsdan aan haren voorsz:en zoon J:G: Mocke voor een legaat te bespreken
In het voorhuis
een ophaal gordyn
een kloklantaarn
vier stoelen
In een voorkamer ter regterhand
een chitze open gordyn
een jalousie mat
twee spiegels met notenboom houte lysten
zes schilderyen /pourtrait stukken/
een canopy met een chitze overtrekzel
acht stinkhoute stoelen met rode trype zittingen waaronder twee leuning stoelen
twee wit kopere quispeldoren
een guerridon
een stinkhoute thee tafel
vier stoven
een rood verlakte schenkblad waarop
twaalf blauw aarde kopjes en schotels
In een voorkamer ter linkerhand
een rood zyde open gordyn
een jalousie mat
een spiegel met vergulde lyst
vier platen /onder glas/ die de erfgenaam Keeve opgeeft zyn eigendom te zyn
twaalf stoelen met rood trype zittings
een guerridon
twee wit kopere quispeldoren
drie verlakte snuyter bakjes
twee stoven
In de gaandery
een blauw gestreepte open gordyn
een staand horologie
een mahony houte schenk tafel, waarop
drie bronze beelden
twee vliegen waayers
twee glaze stulpen
een wasch bak
acht stinkhoute stoelen met rood trype sittings en chitze overtrekzels, waaronder 2 leuningstoelen
twee wit kopere quispeldoren
een steene tafel
twee spiegels met vergulde lysten
In een muur kast
twee silvere schenkbladen
een silvere trek pot met zyn bak en zeefje
een silvere zuiker trommeltje
een silvere koelbakje
een silvere beker
een silvere vuur-tesje
acht silvere eet-lepels
acht silvere vurken
een silvere soupe-lepel
twaalf silvere thee lepeltjes
vyf silvere confyt vurkjes
een zilvere mostert potje
twee zilvere zout vaatjes
een zilvere troffel, door de overledene aan haar kleinzoon Godfried Mocke, oudste zoon van Johan Godfried Mocke gelegateerd
een pletty koffy pot
een pletty trek pot
een pletty zuiker pot met zyn tang
een pletty melk pot
vier pletty kandelaars
twee pletty zout vaatjes
een witkopere thee machine
elf Japansch porcelyne borden
vier Japansch porcelyne bloemen bekers
een Japansch porcelyne thee bus
veertien Japansch porcelyne schoteltjes
zes Japansch porcelyne kopjes
acht champagne glasen
acht bier glazen /gebloemd/
vyf glaze confyt potjes in soort
een glaze boter pot
vyf glaze caraffen
elf blauw aarde thee kopjes en schoteltjes
een liqueur kelkje
twee blikke trommels
een Chinaasch verlakte thee kistje
een rood verlakte koffy doos
twee Chinaasche blauwe confyt potten
een blikke thee bus
een glaze boter potje en
twee aarde zuiker potjes en
eenige ledige bottels
In een agter kamer ter regterhand
een wit linnensche ophaal gordyn
een spiegel met een zwarte lyst
vier schilderyen op glas
vier stoelen in soort
een tafeltje
een stinkhoute lessenaar waarin
elf metalle desert lepels
een rood verlakte zuiker trommeltje
een houte zuiker trommeltje
een vergulde snuif doos
een paar goude hembd’s knoopjes
een paar goud steene hand knoopjes, die de erfgenaam Pentz opgeeft aan Johannes Jacobus Mocke toe te behoren
een paar goude hand knoopjes met perse steenen
een groene zyde geldbeursje met zilver beugel
een stale bril
een boek spiegel met eene lade
een goude bril
een stale bril
een schaartje
een geelkopere inkt kooker
een verre kyker
een goud zak horologie
een klederen borstel
drie vlesjes Haarlemmer olie
In een dispense onder de trap
zes Japansche porcelyne schotels, waarvan een defect
zes soupe terrines in soort
zeventien blauwe porcelyne schotels
vyf diepe porcelyne schotels
een blauw porcelyne scheer bak
twee rood Japansch porcelyne schotels
twaalf rood Japansch porcelyne diepe borden
twaalf rood Japansch porcelyne vlakke borden
drie Japansche potten
een Japansche kom
dertien wit aarde schotels in soort
zestig aarde borden zoo vlakke als diepe
dertig desert borden in soort
dertien ryst bordjes
drie blauwe Chinaasche confyt potten
vyf aarde thee kopjes en
vier aarde schotels
een blauw aarde boter potje
zes aarde kommetjes in soort
twee aarde thee potjes
een aarde melk kan
twee aarde sauce potjes
een wit aarde lampet en kom
twee wit aarde lampetten
eenige aarde potjes
een zwart aarde melk kan
twee aarde boter potjes /vogel nestjes/
twee tinne ketels
een geel kopere koffy kan
een rood kopere confoor
een blikke lantaarn
acht wit kopere kandelaars
twee wit kopere blakers
een oly en azyn stander /defect/
twee kopere strykyzers
een wit kopere vuur tesje
een blikke vergiet test
een spritze spuit
twee blikke broodbakjes
twee blikke trommels
een tinne bak
een rood verlakte trek pot
vier blikke ketels met dekzels
twee blikke ketels zonder dekzels
een groen verlakte blikke trommel
twaalf bier kelken
zestien wyn kelkjes
vyf waterglazen
zes messen
vier doeken voor kast planken
In een stryk kamer
een chitze ophaal gordyn
drie groene saaye schuif gordyntjes
een kijaty houte klap tafel
zeven stoelen met chitze matrassen in soort
een stoffer
een vuilnis blik
Op de voor zolder
drie wit linnensche open gordynen
een lantaarn
twee spiegels /waarvan een met een blaker/
negen schilderyen in soort
zes kleine schilderyen
een mahony houte thee tafel, dewelke voorsz:en Keeve opgeeft aan hem toetebehoren
vier tafeltjes in soort
elf stoelen in soorten met geruite overtrekzels voor tien
een groen lakensch tafel kleed
een gebruineerde thee machine
een stinkhoute kabinet met zilver beslag waarop
een stel Chinaasche kast potten en waarin
veertien zilvere eet lepels
vier zilvere vurken
een wit yvore klisteer spuit
zeven en dertig stale vurken in soort
vyf messen
een tinne soup lepel
een sluit mant
veertien boeken in soort
de klederen der overledenen welke aan hare gezamenlyke dochters zyn geprelegateerd en waarvan eene separate lyst dezen inventaris zal worden geannexeerd
achttien nieuwe bedden lakens
zestien nieuwe bedden lakens
drie nieuwe tafel lakens
vyf en zestig kussing sloopen
een en dertig servietten
vier doeken voor kast planken
een tafellaken
negen servietten
In een boven kamer n:o 1
een wit linnensche open gordyn
twee kadels in soorten
vier veren beddens met drie peluwen en een en twintig kussings, drie combaarsen en twee lakens
een chitze sprey
drie stoelen in soort
een steek bekken
In een boven kamer n:o 2
een wit linnensche opengordyn
een kap stok
vyf stoelen
een grote glaze kast waarin
een restant karsen katoen
een slonsje
twee kamer besems
drie kastjes met een restant thee zuiker, wordende door Keeve opgegeven aan hem te behoren
In een bovenkamer n:o 3
een wit ophaal gordyn
een zieken stoel
een kadel, welke de huisvrouw van Keeve verzoekt te mogen hebben in stede van de door de overledene aan haar geprelegateerde ledikant en waarin de gezamenlyke erfgenamen genoegen nemen
In een boven kamer n:o 4
twee wit linnensche opengordynen
twee spiegels
zes schilderyen /pourtraits stukken/
een tafeltje /kijatie houte/
In de trap
een lantaarn
In de keuken
een wafel yzer
twee oblie [yzer]
drie geelkopere poffertjes pannen
een geelkopere rasp
een geelkopere schotel
een rood kopere soup lepel
Op de agter plaats
twee water half aamen
drie emmers
een rood kopere beker
een tafel
In een pakhuis
een charet wagen met voorswengel
een paar tuigen met wit koper beslag en toebehoor
een party oude tuigen
een geel kopere schaal met balance
een grote wasch balie
twee pekelharings vaaten
een draag stoel
een kijatie houte ledikant met behangzel
een grote kist met een klein restant gebottelde wyn
zeven yzere potten in soort
een grote yzere [potten]
vyf grote castrollen
twee koekenpannen
drie schoorsteen kettings
een schuimspan
een kopere taarten pan
twee confyt ketels
een kopere water ketel
een kopere vyssel met yzere stamper
drie houte balies in soort
zeven vaatjes in soort, waarvan een opgegeven wordt aan H:k Oostw:d Eksteen te behoren
een ryst blok met zyn stamper
een koffy molen met zyn bank
twee hak borden
een rol stok
een boter stamper
vier kelders in soorten
een ladder
een party rommeling
In een wynkelder
zeven kleine stukken gewigt
een kist met een restant gebottelde zoete en ryzende wyn
drie ledige lyn olie kannen
een kelder met ledige vlessen
een aarde pot
een blikke tregter
een party ledige bottels en vlessen
een lange ladder
een kortere ladder
In de stal
twee paarden
twee gyten
Op een zolder boven de stal
negen mudden zakken
een kaf zak
een party yzerwerk
drie ledige kisten
twee schepels
een katrol met zyn looper
een platte piek
wat rommeling
acht oude schilderyen
In een slaven vertrek
een wyn bok
een bottel mand
een party rommeling
een stinkhoute ledikant
een stinkhoute kadel
een stinkhoute tafel
vier stinkhoute stoelen
Lyfeigenen des boedels
een mansslaaf genaamd Damon van Bougies omtrent 60 jaren oud, metzelaar
een mansslaaf genaamd Adonis van de Kaap omtrent 50 jaren oud, metzelaar
een mansslaaf genaamd April van Batavia omtrent 50 jaren oud, snyder
een mansslaaf genaamd Spadille van Muskette omtrent 57 jaren oud, koetsier
eene slavinne genaamd Daphné van Batavia omtrent 59 jaren oud, huismeid
Abraham en
Daphne
Contanten des boedels
twee duizend zeven honderd een en negentig ryksdaalders
Baten des boedels
 Rd:s
eene notariele obligatie de dato 26 Augustus 1820 ten lasten Fredrik Simon Mocke groot in capitaal4000:--:--
met de renten sedert den datum der obligatie
een onderhandsch briefje ten lasten Johannes Jacobus Mocke de dato 7 Septem:r 1819 groot200:--:--
eene onderhandsche obligatie de dato 15:e September 1815 aan capitaal1000:--:--
met de renten sedert den 15:e September 1815
ten lasten van Johan Godfried Mocke
van voorsz:en J:G: Mocke ingevolge bewys door de overledene voor hem betaald60:--:--
over ingevolge bewys door de overledene voor hem betaald12:--:--
over ingevolge bewys door de overledene voor hem betaald blykens onderhands obligatie de dato 7 January 1817220:--:--
diezelfde Mocke op eene onderh: oblig: d:d: 20 July 1816666:32:--
met de renten sedert 9 July voorsz:en
van Hendrik Heckroodt senior voor metzelaars huur volgens aanteekening483:--:--
van Philip Olivier /onder Graaf Reinet / volgens aanteekening per rest189:3:2
met de renten sedert 26 Sept:r 11 aan F:S: Mocke ter incassering overgegeven
van Jan Freede /aan de Paarl / over boekschuld97:2:--
Lasten des boedels
 Rd:s
aan de Bank van Leening blykens bankkennis de dato 25 April 1793 per rest aan capitaal400:--
met de renten sedert 1:e January 1821
aan Hermanus Gerhardus Keeve by onderh: obligatie van den 10 February 1817 - betaald333:16
met de renten sedert gem:e 10 February 1817
aan Johannes Jacobus Mocke volgens rek:g58:--
aan elk harer kind’s kinderen waarover de overledene doopgetuige geweest is, eene somma van een duizend guldens, voor een legaat
elf tabberts
twaalf rokken
elf jakkies
twee bonte rokken
zes tjaals waar van een cassimere
twee egte tjaals
veertien hemden
negen halve doeken
zeven dubbelde doeken
vier bonte doeken
drie zakken
twee paar kousen
negen hoofd mussen

← Back to Records