MOOC8/36.64
{18220218} 18 February 1822
Anna de Villiers
Inventaris van alle zodanige goederen en effecten, als er op Woensdag den
dertienden deezer loopende maand February de klokke omtrent half agt ’s
avonds in den jaare onzes Heeren een duyzend agt honderd twee en twintig metter
dood zyn ontruymd en nagelaten door Anna de Villiers voormaals wed: van Jan de
Villiers Abrahamz: en laatst wed: van wylen Petrus Francois Rossouw, hebbende
de overledene by testamentaire dispositie in dato 26 Aug:s 1818 voor den
secretaris Petrus Causius van Blommestein en getuigen gepasseerd tot haare
eenige en universeele erfgenamen benoemd en g’institueerd de navolgende,
zynde alle kinderen by beiden opgem: haare echtgenoten in huwelyk verwekt, met
namen
en heeft de overledene inmiddels by onderhandsche acte van den 25 January
l:l: het aandeel ’t welk eerstgem: A:P: de Villiers na aftrek van het geen hy
aan haar boedel debet is nog zouden te beurt vallen bezwaard met den band van
feidei commis, zodanig en in dier voegen, dat hy en zyne huisvrouw geduurende
hun leven lang de intresten en vrugten of bladeren daarvan zullen koomen te
genieten, zonder meer, en na hun beider overlyden op hunne wettige descendenten
devolveeren.
Voorts by acte van den 17 November 1821 voor den notaris publicq m:r
Jacobus Petrus de Wet en getuigen gepasseerd tot executeuren van hetzelve
testament benoemd en verzogt het Collegie van Heeren Weesmeesteren deezer
Colonie, ten gevolge waarvan de nalatenschap door ons ondergetekende
gecommitteerdens uit het evengem: Collegie is g’inventarisseerd en opgenomen,
na alvoorens de geheele voorz: testamentaire dispositie aan de presente
erfgenamen en belang hebbende te hebben doen voorleezen, zynde deeze
nalatenschap bevonden te bestaan in het navolgende
Aldus g’inventarisseerd aan de Kaap de Goede Hoop op den 18:de February
1822 ende zulx volgens op en aangeven van de in den hoofde dezes gem:
erfgenamen, dewelke verklaarden hun hierinne ter goeder trouwe gedragen en huns
wetens niets verzwegen of te terug gehouden te hebben van al het geen tot den
boedel en nalatenschap behoord, in voegen zy dan ook betuigde de deugdelykheid
hunner opgaave ten allen tyde des vereischt werdende met solemneele eede
gestand te doen, en verdere belofte zoo hierna nog iets tot gez: nalatenschap
mogten worden ontdekt daarvan nader en getrouwlyk opgaaf te zullen doen, ten
einde deezen inventaris daarmeede te kunnen worde g’amplieerd.
In teeken der waarheid is deeze ter presentie van ons onderget: gecomm:
Weesm: ende my Secretaris door den inventarienten eigenhandigd
onderteekend
Als gecomm: Weesmeesteren: G:E: Overbeek, J:F: Munnik
D:J: Aspeling s:r
P:J: Truter Hz:
J: de Villiers
Jac: Joh: Mellet
My praesent: J:J:L: Smuts
Op den 30 April 1822 heeft den erfgenaam Abr: Pieter Villiers, ter
Weeskamer geproduceerd eene obligatie ten laste Joh: Chr: Kotze en Hendrik
And:s Truter d:d: 29 Maart l:l: groot een duysend ryxd:s ten behoeve van de
overledene gepasseerd en opgegeven dat deze obli: sproote uit verkoop van zyn
plaats
Middelburg , en by overeenkomst met de
overledene zoude strekken in aflossing eener ond: handsche obligatie van gelyke
groote de dato 16 Decb:r 1820 ten zynen laste hiervoren bekend gesteld, waarvan
aantekening word gehouden welke is deze.
My praesent: J:J:L: Smuts
Lijst van linnen goederen gevonden in den boedel van wijlen Anna de
Villiers laatst wed:e Petrus Francois Rossouw, als
Volgens opgaaf van de ondergetekende erfgenaamen
J:s Aspeling
P: Truter
E: Mellet
A: Cauvin
| a) Jan Christoffel
Bosman |
| b) Izaak Bosman |
| c) Anna Johanna Bosman geh:d met Louis Cauvin |
| 2) Abraham Pieter de Villiers |
| 3) Johanna Jacoba de Villiers geh:d met Dirk Jacobus
Aspeling |
| 4) Jan Daniel de Villiers |
| 5) Hester Susanna de Villiers geh:d met Petrus Joh:s
Truter |
| 6) Jan Petrus de Villiers |
| 7) Elizabeth Margaretha Rossouw geh:d met Jacobus Joh:s
Mellet |
| 8) Petrus Francois Rossouw geboren den 2 Juny 1799 |
| Een huis en twee erven staande ende gelegen
in deeze Tavelvalley in de Tuynstraat gemerkt N:o 1 en aldaar |
In het voorhuijs
In de kamer ter linkerhand
| een spiegel met vergulde lyst |
| elf leuning stoelen met losse zittings |
| een cabinet met zilver beslag waarin |
| linnengoed waarvan eene nadere lyst aan den inventaris zal worden
gevoegd |
| een draagstoel met stokken en banden |
In de kamer ter linkerhand
| een spiegel met vergulde lyst |
| twee thee tafels |
| een ronde blad tafel, die de gezamentlyke erfgenamen opgeeven dat
aan de erfgenaam Abraham Pieter de Villiers is toegedagt om dat dezelve van zyn
grootvader afkomstig is |
| twaalf stoelen met paarde hair zittings |
| een wit kopere themachine |
| een tinne koffy kan |
| twee geelkopere quispeldooren |
| twee spuw balys |
| twee verlakte schenkbladen |
| een p:r zilvere knie gespe |
| een p:r kniegespen met steenen omzet |
| twintig schootels in zoort |
| drie dieppe schootels |
| drie en twintig borden in zoort |
| twee ryst borden |
| agt messen en agttien yzere vorken |
| vier en twintig zilvere eet leepels |
| een zoep [leepels] |
| een lepel bakje |
In een muurkast
| agt potjes in zoort /aard/ |
| een tinne trekpot |
| drie blikke trommels |
| een blikke casserol |
| een blikke soepterrine |
| een blauwe confyt pot |
| een aarde pot |
In de gaandery
| een tafel |
| vier stoven |
| twee geelkopere quispeldoor |
| een hand lantaarn |
| een schenklay |
| een sleutel kistje |
In een muurkast
| een lampet en kom |
| een blauwe thegoed kom |
| twee blauwe kopjes en schoteltjes |
| tien roode kopjes en schoteltjes |
| zes potjes in zoort |
| vier glaze karaften |
| veertien bier glazen |
| negen wyn kelken |
| een glaze kolbak met een zilvere confyt forkje en lepel |
| een olij en asijn standaard |
| voorts een rooy geschilderd kistje |
In een agter kamer
| een klyne spiegel |
| een kadel waarop |
| een bed |
| vier kussens en |
| een deken |
| een groot Ambons houte kist waarin |
| zes verlakte trommels |
| zes potten met confietuuren in zoort |
| drie zijldoekse zakken |
| een lap gryze laaken |
| twee [lap] carsaay |
| een lap blauw linne |
| een lap geruyt |
| een lap dimet |
| een linnesche ophaal gordyn |
| een wolle deken |
| een schuyfdoosje met medicamenten |
| een grootte Bybel |
| een gaare kistje |
| een kaarse kistje |
| een bril met zilver gemonteerd |
| een lade kastje met koper beslag, waarin |
| een klisteer spuyt |
| een tinne zoep lepel |
| een p:r oude zilvere schoen en knie gespen |
| een doosje met saudapouder en voorts |
| een party romm: |
In de combuys
| een kelder met vlessen |
| een martevaam |
| vier emmers |
| drie boter vaaten in zoort |
| vyf kookpotten |
| een rooster |
| een koekepan |
| twe yzere lepels en vork |
| een yzere drievoet |
| drie yzere schoorsteen kettings |
| een kopere water keetel |
| een kopere schuymspan |
| vier kopere kandelaaren |
| een kopere vyssel met yzere stamper |
| een kopere comfoir |
| een rood kopere strykyzer |
| een tinne water keetel |
| een casserol |
| een blikke blaker |
| twee blikke snuyter bakjes met snuyter |
| een combuys tafel |
Op de agterplaats
| een ladder |
| twee hout bylen |
| twee baly’s |
| een hakkebord |
In een boven kamer
| een ledikant met een wit linnesche behangsel |
| een bed |
| een peuluw |
| zes kussens en |
| een chitze deken |
| een kadel waarop |
| een bed |
| een peuluw |
| vier kussens en |
| een spry |
| een kadel waarop |
| een bed |
| een peuluw |
| drie kussens en |
| een sprij |
| een ledikant waarop |
| een bed |
| een peuluw |
| zes kussens |
| twaalf stoelen met 11 losse zittings |
| een stilletje |
| vier nagtspiegels in zoort |
In een boven agter kamer
| een koffy moolen |
| vier zyldoekse mudde zakken met wat provisie |
| drie ballast manden |
| een huijstrap |
| twee azijn kannen |
| een grootte huys Bybel met zyn knaap welke ingevolge testamentaire
dispositie aan opgem: Abraham Pieter de Villiers is gelegateerd |
In een provisie kamer
| een grootte kist |
| een klyder kist |
| een klyder kist waarin eenige boeken welke aan de gezammelyke
erfgen: ingevolge gem: dispositie zyn vermaakt |
| twee boter vaatjes |
| twee taartepan |
| een confyt keetel |
| drie yzere plaaten |
| een braad pan |
| zes mudde zakken in zoort |
| een rood geruite behangzel |
| een stilletje |
| twee hout bylen |
| eenige ledige bottels |
| een grootte ledige kist |
Lyf eigenen des boedels
| een mansslaaf g:d Jephta van Madagascar oud 65 jaaren, werksjonge - welke de overledene ingevolge onderh: dispositie
v:d: 28 Jan:y j:l: heeft begeerd dat hy gaan en staan /het zy famillie of geen
famillie/ alwaar hy goed vinden zal |
| een mansslaaf g:d Louis van Mosambique oud
35 jaaren, werksjongen |
| een mansslaaf Geduld van Madagascar oud 40 jaaren, werksjonge - welke de overledene heeft begeerd dat geenzints
publicquelyk maar onder haare gezamentlyke erfgenamen moeten werden verkogt,
blykens onderh: dispositie d:d: 23 Novemb: 1821 |
| een slavinne Roosa van de Kaap oud 62
jaren, huismeid - waaromtrend even als over Jephta is gedisponeerd
geworden |
| een slavinne Roslyn van de Kaap oud 40
jaaren huismeid met haare beide kinderen, in name Dasie en Dina beide van de Kaap -
waarover als boven is gedisponeerd dat onder de gezamentlyke erfgenamen moeten
werden verkogt |
| een slavinne g:d Candasa van de Kaap oud [
..... ] jaaren - welke de overledene onder zeekere voorwaarden omstandig
uitgedrukt in eene onderh: dispositie van den 4 deezer heeft begeerd dat zal
worden in vrydom gesteld zodra zy de som van rd:s1500 aan den boedel zal hebben
opgebragt |
Crediten des boedels
| | | Rd:s | Rd:s |
| | aan contanten in den boedel gevonden eene somma van vier
honderd en dertien ryks: waarvan rd:200 aan de wed: De Waal ter nadere
verantwoordinge tot bestryking der dagelyksche uitgaave geduurende het
openstaan des boedels is afgegeven zodat per rest nog
blyft | | 213:-- |
| | aan contanten nog nader
gevonden | | 3:-- |
| | vyf zilvere Spaansche matten en vyf zilvere
ropyen | | [ ..... ] |
| op den 2 Sept:r 1822 in mindering van nevens gemelde capitaal
afgelegd ƒ21800 | een schepenen kennis ten lasten van Frans Daniel
Rossouw Fransz: d:d: 18 Decemb: 1818 groot aan capitaal ƒ57800
ofte | | 19266:32 |
| | met de renten zedert primo July 1821 |
| | een schepenen kennis ten lasten van Frans Daniel Rossouw
Fransz: d:d: 22 October 1819 groot aan capitaal
ƒ25000 | | 8333:16 |
| | met de renten zedert 22 October |
| in mindering van nevens gemelde capitaal afgelegd ƒ6000 met de
renten | een notarieele obligatie ten lasten Frans Daniel Rossouw
Fransz: d:d: 4 Septemb: 1819 groot aan capitaal
ƒ10000 | | 3333:16 |
| | renten zedert 1 July 1821 |
| | een schepennen kennis ten lasten Louis Cauvin d:d: 16 Feb:y
1821 groot aan capitaal ƒ10000 ofte | | 3333:16 |
| | renten zedert 16 Feb:y 1821 |
| | een notarieele obligatie ten lasten Petrus Johannes Truter
H:kz d:d: [ ..... ] groot aan capitaal ƒ9000
ofte | | 3000:-- |
| | renten zedert [ ..... ] |
| | een onderh: obligatie ten lasten Hendrik Jacob:s van der
Spuy Meltz: d:d: 30 Novemb: 1819 groot aan capitaal
ƒ4000 | | 1333:16 |
| | met de renten zedert [ ..... ] |
| | een onderh: obligatie ten lasten Abraham Pieter de Villiers
d:d: primo Novemb:r 1818 groot ƒ4500 ofte | | 1500:-- |
| voor en in plaatze van deze obligatien komt eene not: obl: ten
laste J:C: Kotze en N:A: Truter by nader opgaaf bekend gesteld | een
onderh: obligatie ten lasten voorm: Abraham Pieter de Villiers d:d: 16 Decemb:
1820 groot ƒ3000 ofte | | 1000:-- |
| | een onderh: obligatie ten lasten van de huisvrouw van A:P:
de Villiers groot | 62:-- |
| | een onderh: obligatie per
rest | 214:24 | 276:24 |
| | een onderh: obligatie ten lasten Jacobus Joh:s Mellet groot
d:d: 26 Octob: 1820 groot aan capitaal | | 420:-- |
| | renten zedert den 26 Octob: 1820 |
| | een onderh: obligatie ten lasten voorm: Jacobus Joh:s
Mellet d:d: 17 July 1821 groot | | 331:-- |
| | zonder renten |
| | van Dirk Jacobus Aspeling blykens
aanteekening | | 146:12 |
| | van de minderjaarige Petrus Francois Rossouw over door
opgem: Aspeling aan hem op last van de overledene
afgegeeven | | 135:-- |
| | denzelven Petrus Francois Rossouw blykens bewys d:d: 3
April 1821 | | 70:-- |
| | van voorm: Abraham Pieter de Villiers het geen door de
overledene voor hem in de disconto bank onder verband van voorn: obligatie ten
lasten P:J: Truter heeft opgenomen en waarop hy per rest nog debet is aan
capitaal | 600:-- |
| | waarop op heden in mindering is
ingebragt | 300:-- |
| | komt nog | | 300:-- |
Lasten des boedels
| | Rd:s |
| aan Catharina Kysser wed: wylen Dirk de Waal voor een legaat
ingevolge dispositie v: d: 17 Novemb: 1821 ƒ1000 | 333:16 |
| aan de disconto bank ingevolge het hier bovengenoteerde dat nog
moet werden ingebragt | 300:-- |
| een kabinet waarin |
| vier en twintig kussings sloopen gemerkt n:o 24 |
| veertien kussings sloopen n:o 14 |
| dertien kussings sloopen 14 |
| zes kussings sloopen met kant |
| agt tien kussings sloopen /in ’t gebruik/ |
| vier en twintig servietten n:o 24 |
| zestien servietten 16 |
| zestien servietten 18 |
| twaalf hand doeke |
| negen zyldoekse lakens |
| drie en twintig linnesche lakens |
| twee en twintig hembden |
| een en twintig tabberts |
| vijf en twintig rokken |
| twee p:s gordijn citz - moet verkogt worden |
| vijf borst rokke |
| agt paare kouzen |
| zestien mutzen |
| twee zijde mantels |
| tien zak doeken |
| een paar zwarte kouze |
| zes hals doeke |
| agt kabaatjes |
| vier paare handschoene |
| een echte tjaal |
| vier tjaals |
| een zwarte zijde doek |
| zes ente sloope kant |
| een lap linne |
| twee lappe citz |
| twee wit vengster gordijnen moet verkogt worden |
| een citze deeken moet verkogt worden |
| een citze spreij moet verkogt worden |
| twaalf strenge katoen |
| een lap linnen |