Inventaris van alle zoodanige goederen en effecten, als er door den heer
Johannes Paulus Eksteen senior en jufvrouw Alida Wilhelmina Munnik, voormaals
weduwe van wylen Jan Willem Wernich, echtelieden, naar aanleiding van eene
acté anti nuptial in dato 23:ste July 1819 voor den notaris publiek Franciscus
Haverius Lind en getuigen gepasseerd, zyn bezeten geweest, en door den
eerstgenoemden in de nacht tusschen den 13:de en 14:de dezer loopende maand
September de klokke vyftien minuten voor twaalf uren, metter dood zyn ontruimd
ende nagelaten [ ..... ].
Hebbende de heer overledene by testament in dato 28 February 1821 voor den
voorsz: notaris F:H: Lind en getuigen met gem: zyne huisvrouw en thans
nagelatene weduwe Alida Wilhelmina Munnik mutueel opgerigt, na vooraf eenige
praelegaten besproken, mitsgaders over elf stuks lyfeigenen tot den boedel
behorende byzondere en differente beschikkingen gemaakt te hebben, tot eyne
eenige en universele erfgenamen geinstitueerd.
Hebbende de overledene by het voorsz: testament de respective erfdeelen
van zyne hiervoren onder n:o 2 tot n:o 8 inclusive genoemde, tot erfgenamen
geinstitueerde kinderen, conditioneel en alternative belegd, met den band van
fidei commis.
En voorts tot executeuren van hetzelve testament benoemd en verzocht het
Collegie van Heeren Weesmeesteren dezer Colonie, ten gevolge waarvan de
nalatenschap door ons ondergeteekende expresse gecommitteerden uit het voorsz:
Collegie is geinventariseerd en bevonden te bestaan in het navolgende, te
weten
Hebbende de heeren Jan Fredrik Munnik als gewezene generale gemachtigde
van den overledenen en de heer Jan Willem Klerk uit anderen hoofde, nog
openstaande rekeningen met den boedel welke door hunl: ter Weeskamer zullen
worden geproduceerd.
Wordende door Jacob Eksteen opgegeven dat de door zyne broeders en zuster
by derzelver huwelyken genotene uitzet (waarvan een lyst onde de papieren des
boedels zal worden gevonden) aan hem en zyner nog minderjarigen broeder Jan
Willem en zuster Johanna Paulina Eksteen nog niet is ontvangen waarop hy
verondersteld een gelyk regt van aanspraak te hebben, verzoekende dat aan hem
en de gem: minderjarigen, dezelve als nog mag worden uitgereikt. Hebbende de
weduwe op het genoteerde door Jacob Eksteen te kennen gegeven dat voorsz:
Johanna Paulina Eksteen aan haar had opgegeven op grond van de boven bedoelde
uitzet slechts nog te vorderen te hebben, een ledikant, bed en toebehoren, en
omtrent welke vorderingen zy zich submitteerde aan de beslissing van Heeren
Weesmeesteren.
Hebbende de gezamentlyke kinderen door den overledenen by deszelfs eerste
huisvrouw Johanna van Reenen in huwelyk verwekt, uit kragte van een mutueel
testament door hunl: in dato 21 February 1790 voor wyl: George Fredrik Goetz
gepasseerd elk hunner nog aanspraak op een slaaf (huisboorling) uit dezen
boedel by wege van praeligaat, zoodanig en in diervoegen als het voorsz:
testament van den 21 February 1790 komt te dicteren.
Zynde deze inventaris door ons ondergeteekende gecommitteerde
Weesmeesteren geformeerd van alle goederen zonder uitzondering door ons ten
sterfhuijze gevonden, terwyl diewelke naderhand blykens ten dezen geannexeerde
huwelyksche voorwaarde bevonden zyn, niet tot den gemeenschappelyken boedel te
behoren, maar het privaat eigendom der weduwe te zyn, door het onderstrepen met
rode inkt zyn aangetoond.
Aldus na gedane ontzegeling geinventariseerd en opgenomen ter plaatse
voormeld op den 19:de dezer lopende
maand September 1821 ende zulks op het op en aangeven van voorsch: weduwe Alida
Wilhelmina Munnik en den bovengemelden Jan Willem Eksteen ten overstaan van den
mede erfgenaam Jacob Eksteen, welke twee eerstgenoemden betuigden zich daarin
ter goeder trouwe gedragen en willens en wetens niets verzwegen of
agtergehouden te hebben van al het geen tot den boedel en nalatenschap behoord,
bereid zynde deze hunne gedane opgave des vereischd wordende ten allen tyde met
solemneelen eede gestand te doen, onder verdere belofte zoo wanneer hierna nog
iets tot den boedel behorende mogten komen te ontdekken, daarvan getrouwelyk
ter Weeskamer opgave te zullen doen, ten einde in zulk geval dezen inventaris
daarmede naar behoren kan worden geamplieerd.
In teeken der waarheid is deze door de voorsz: weduwe en Jan Willem
Eksteen benevens ons ondergeteekende gecommitteerde Weesmeesteren en my
Secretaris der Kamer eigenhandig gesubscribeert
Als gecomm: Weesmeesteren: A: v: Breda, G:E: Overbeek
Voor den opgaaf: A:W: Munnik , weduwe Eksteen, J:W: Eksteen
My present: J:J:L: Smuts
Aldus geamplieerd ter Weeskamer op den 24 September 1821
J:J:L: Smuts
Lyst van zoodanige klederen, linnengoed, lyfcieraden, etc:a als door den
heer Johannes Paulus Eksteen aan deszelfs zoon Jan Willem Eksteen zyn
gepraelegateerd, in de aan den legataris voor den overledenen vermaakte
klederen kast en anderzins in den boedel gevonden
Kaap de Goede Hoop, den 19 September 1821
| een rood linnensche ophaalgordyn |
| een barometer |
| een spiegel |
| drie schilderyen in soort |
| een geweer rak waarop |
| een kries |
| een houte pyp met zilver gemonteerd |
| een paar pletty sporen |
| een paar stevel haken |
| een chambok |
| een parápluis | aan J:W: Eksteen afgegeven gelyk
boven |
| een paar pistolen |
| vier geweeren |
| twee buchsen |
| een blat tafel met laken bekleed waarin |
| een yvore krabber |
| een veldkatel met gordynen |
| een kleine ronde tafeltje |
| drie zadels en twee tomen |
| twee schragen tot die zadels behorende |
| een blikke roeper |
| een stinkhoute tafel met een lade waarin |
| een groote ovel drukker |
| twee sleip steenen |
| twee maatstokken |
| een zak compas |
| een knip mess |
| twee kriessen |
| een vergrootglas en voorts, gelyk voorsz: niet tot den gemeensch:
boedel behorende |
| een party rommeling |
| vier Kuylsche kannen, gemat |
| een Kuylsche kannen, ongemat |
| een mandje met een waterglas |
| vyf stoelen met roode trype zittings |
| een bidet, niet tot den gemeensch: boedel behorende |
| een witkopere quispeldoor |
| een penduul |
| een naai koffertje, niet tot den gem: boedel behorende |
| een bureau waarin wat rommeling |
| een kleine vloer tapeet, gelyk voren niet tot den boedel
behorende |
| een stale bril | aan Willem afgegeven als behorende tot
’t overledenens klederen, etc:a |
| twee schellen, gelyk voorsz: niet tot den gemeens: boedel
behorende |
| een geweer kistje met een hagel vorm |
| een stinkhoute klederen kast, welke benevens de klederen, linnen
goederen en lyf cieradien, waarvan een nadere specifieke lyst by dezen
inventaris zal worden gevoegd by testamentaire dispositie van den overledenen
aan deszelfs zoon Jan Willem Eksteen is gelegateerd, waarin |
| een foliant Bybel met platen |
| een zilvere ryze beker |
| vier glaze lampen |
| een jagt mes |
| een kruidhoorn met zilver gemonteerd |
| twee tobaks zakjes |
| twee kleine mandjes met drinkglazen |
| een kleine [mandjes], niet tot den boedel behorende gelyk
voorsz |
| een roskam |
| een kamer en wat rommeling |
| een wandel rotting met een degen | aan J:W: Eksteen
afgegeven gelyk boven |
| vier swepen in soort |
| een verre kyker |
| eenige jagtgereedschap |
| een koffer |
| een party visch lym |
| wat ledige bottels en kannen |
| twaalf boeken in soort, wordende voorts opgegeven dat tot deze
nalatenschap nog behoort |
| een jagtgeweer welke Hendrik Munnik ter leen heeft genomen |
| een witte ophaalgordyn |
| zes schilderyen |
| een bed tafeltje met een wit kleed, gelyk voorsz: niet tot den
gemeensch: boedel behorende |
| een bed tafeltje met laden waarin |
| een restant medikamenten en waarop |
| een lampet met kom |
| zes bottels en vlessen in soort |
| een glaze koelbakje, gelyk gem: niet tot den gemeensch: boedel
behorende |
| een medicyn kistje met een restant medicynen |
| een sleutel kistje |
| een koffertje met wat naai werk, gelyk voorm: niet tot den
gemeensch: boedel behorende |
| een liqueur kistje, defect |
| een sleutel kistje met zilver gemonteerd |
| een naai kistje waarin, niet tot den b:l behorende gelyk
voorm: |
| een zilver vergulde cardemom doosje, niet tot den b:l behorende
gelyk voorm: |
| een groene blikke trommel met een restant zuiker, niet tot den b:l
behorende gelyk voorm: |
| een sluit mant met eenige prullen, niet tot den b:l behorende
gelyk voorm: |
| een koffer, niet tot den b:l behorende gelyk voorm: |
| waarin |
| een restant linnen |
| een stuk wit Chinaas linnen |
| een lap voer chitz |
| een wasch balie |
| een stelletje |
| een bidet |
| een schryf kistje, gelyk voorsz: niet tot den gemeens: boedel
behorende |
| een naai kistje met eenig naaiwerk, gelyk voorsz: niet tot den
gemeens: boedel behorende |
| een blikke trommel, gelyk voorsz: niet tot den gemeens: boedel
behorende |
| een kleine ronde aanzet tafel |
| een kapstok |
| een wit linnensche gordyn |
| een kijatie houte ledikant met wit linnensche behangzels, waarop
een vederbed, vier kussings, een peluw, een chitze combaars en verdere
toebehoren |
| een ledige tobak’s doos |
| een wit aarde water pot, gelyk gezegd niet tot den gemeensch:
boedel behorende |
| twee papiere doosen met prullen, gelyk gezegd niet tot den
gemeensch: boedel behorende |
| drie stoelen |
| een stinkhoute klederen kast met zilver beslagen, welke de weduwe
opgeeft aan haar ingevolge testamentaire dispositie van den overledenen is
vermaakt geworden, met al het geen zich daarin tot haar ligchaam behorende
mogte komen te bevinden en welke niet onder de verkooping der overige goederen
des boedels zal mogen worden begrepen, maar aan haar onbelemmerd zonder eenige
vergoeding zal moeten volgen, als hebbende de overledene in zilver voegen over
zyn eigen kleder kast gedisponeerd, verklarende zy tevens onder eede, dat deze
kast waarlyk niets ander onthoudt als het geen hier boven is bedoeld, met
uitzondering alleen van een goud doosje, welke de huisvrouw van den h:r Louis
Pellégrini aan den h:r overledenen heeft present gedaan, en door dezen aan de
weduwe wederom zoude zyn vereerd geworden, wordende deze doos nogthans door
Sophia Eksteen huisvrouw van den h:r W:F: van Rheede van Oudshoorn, om redenen
als haar eigendom gereclameerd, hebbende Heeren gecommitteerdens op grond van
de door de weduwe gegevene declaratie, deze kast, provisioneel
ongeinventariseerd gelaten. Verzoekende de erfgenaam Jacob Eksteen aanteekening
dat de boven bedoelde kast tot den gemeenschappelyken boedel behoort en dat
onder de lyfcieradien van de weduwe zich bevinden juwelen tot een bedragen van
zes hondert ryksdaalders welke staande huwelyk zyn gekocht en almede als een
baat van den gemeenschappelyken boedel behoort te worden aangemerkt, terwyl de
weduwe opgeeft dat deze juwelen aangekocht zyn geworden uit gelden die door
haar buiten gemeenschap des boedels zyn gehouden |
| een bottelrak waarop |
| drie en tachtig bottels zoete wyn |
| vyftig ledige bottels in soort |
| vyftig ledige vlessen in soort |
| vier aarde potten in soort |
| een smelt kroeg |
| dertien Cuilsche kannen |
| twaalf confyt potten in soort, met een restant ingelegde
vrugten |
| vier vlessen met ingelegde vrugten |
| een rood kopere hamketel |
| een rood confyt ketel |
| een rood kastrol |
| een rood zuiker brood’s vorm |
| drie rood zuiker brood’s [vorm] |
| een geelkopere visch ketel |
| een geelkopere braadpan |
| twee geelkopere water ketels |
| twee geelkopere conforen |
| twee geelkopere taarten pannen |
| een roodkopere kaarsen bak |
| een roodkopere ketel, defect |
| een roodkopere schuimspan |
| een witkopere lampet’s kom, defect |
| een kopere disteleer machine met slang en toebehooren |
| vier yzere platen |
| een yzere braadspit |
| een yzere drievoet |
| een yzere vysel en stamper |
| een houte vysel en stamper |
| drie boter vaatjes in soort |
| een kopere sprits-spuit |
| een snyd yzer met schroef |
| drie nieuwe graven |
| een kachel fender, met tang, asschop etc:a, niet tot den
gemeensch: boedel behorende |
| vier hooi messen |
| een blikke worst-spuit |
| een blikke zuikerbrood’s vorm |
| drie blikke kastrollen, defect |
| een liqueur kistje, defect |
| een half vaatje spykers |
| een koffy molen, defect |
| twee blikke lepels |
| een kopere schaal met een 5 lb gewigt |
| een veld tafel |
| een boter vaatje |
| drie aarde potten |
| een tinne lampet en kom |
| een kopere worstspuit |
| drie houte pol-leepels |
| twee sluit manden |
| een blaasbalg |
| een bedde zak |
| een wan |
| een guitar met zyn kast, defect |
| twee wavel yzers |
| een oncer, patent balance |
| een ladder, defect |
| twee stukken Ceylon’s geelhout |
| vyf boschen rotting |
| een kastje met een restant zout |
| een kist met meel |
| een zak met vederen |
| een ledige kelder |
| een ledige kelder met vlessen met een restant rosenwater |
| een kast met gebottelde zoete wyn |
| een vaatje met een restant tameryn |
| een sluitmand met een restant zwafel |
| een kast met ronde vlessen vol gewone Kaapsche wyn |
| twee kelders met vlessen met een restant rosenwater |
| een ledige halfaam met dekzel |
| een zak met droge boecko |
| vyf losse boeken, gelyk voorsz: niet tot den gemeens: boedel
behorende |
| een grote kist met een restant thee, koffy en zuiker |
| een half mut zout |
| een ledige vat |
| twee tenten, compleet |
| een zegen, defect met kurken en lynen |
| vier verfsteenen |
| een party verfbalies |
| een kast met een restant ruiten |
| vyf olie flessen |
| twee karrens |
| twee grote yzere potten |
| een blikke [potten] |
| vier glaze ramen, defect |
| twee stelletjes, defect |
| een kaarsen-balie |
| elf zikkels |
| zeven zesen |
| een katel, compleet |
| een vuurmant |
| twee katoene haspels |
| een vaatje met verf |
| twee houte hamers |
| zes voering vellen |
| een nieuwe tent-zyl |
| twee combaarsen in soort |
| een schapenhaire matras |
| drie vuren bedden in soort |
| achtien kussings in soort |
| twee beddegoed zakken |
| een wagen-kussing |
| een party pampoenen |
| een party witteboom en danneboom bolsters |
| een party wijngaard stompen en voorts |
| een party rommeling |
| een vliegen kast |
| een eyer rak, niet tot den gemeensch: boedel behorende |
| een rak |
| een grote rak |
| een kist met een restant noten en amandels, niet tot den
gemeensch: boedel behorende |
| zes boter vaatjes in soort |
| een boter [vaatjes], gelyk voorsz: niet tot den gemeensch: boedel
behorende |
| een bak kist |
| een emmer, niet tot den gemeensch: boedel behorende |
| twee tobaks-dosen |
| een kan met olie, vol |
| een visch pan |
| een Cuilsche pot |
| twee kopere strykyzers, niet tot den gemeensch: boedel
behorende |
| een blikke rasp |
| een blikke tregter |
| een kopere schuimspan |
| een houte schaal en balance |
| een keldertje met een restant kaarsen |
| een boter stamper |
| een rolstok |
| een Cuilsche pot |
| acht Cuilsche [pot], niet tot voorm: boedel behorende gelyk
voren |
| een muizen-val |
| drie braad pannen |
| negen blikke trommels |
| acht blikke trommels |
| twaalf blikke colowyn’s vormen |
| twee blikke zuikerbrood’s vormen |
| een blikke rasp |
| vier blikke couvertures |
| een blikke sauce potje |
| drie rood kopere taarten pannen |
| een wit aarde lampet en kom |
| een peper molen |
| twee karaffen en een vles |
| twee karaffen |
| vier aarde kommen |
| een yzere zuiker tang |
| een noten kraker |
| twee ronde blikke bakken |
| een aarde bak |
| drie potjes in soort |
| twaalf jelly glazen |
| vier karaffen |
| twee glaze stulpen |
| vier wit aarde schotels |
| drie en twintig wit aarde borden in soort |
| twee aarde potjes |
| drie aarde potjes, kleine |
| vyf wit aarde vlees schotels |
| een wit aarde vlees [schotels], diepe |
| een salade bak |
| dertien wit aarde dekzels in soort |
| twee vogel glaasjes, gelyk voorm: niet tot den gemeens: boedel
behorende |
| twee grote Chinaasche kommen |
| drie blauwe porcelyne soepterines |
| drie blauwe porcelyne visch schotels |
| zeven en twintig blauwe porcelyne vleesch schotels |
| zes en dertig kleine blauwe porcelyne vleesch schotels |
| vyftien groente schotels met dekzels |
| vier desert schotels |
| tien water borden |
| een honderd diepe en vlakke borden |
| vyf en twintig ryst borden |
| een sauce potje met twee schoteltjes |
| twee boter potjes |
| twee soup kom dekzels |
| twee blauwe aarde beker |
| negen potjes met dekzels |
| acht blauwe aarde kopjes en schoteltjes |
| een wit aarde sauce potje |
| eenige botteltjes en vlessen in soorten |
| twee rood porcelyne atjar bakjes |
| een tinne pypenkan |
| een zetkoper inzet gewigt |
| twee half ponden lood gewigt en een dito twee ponden lood
gewigt |
| drie biezem sluit manden |
| twee kisjes met koper gemonteerd, ledig |
| twee muizen vallen |
| Ezau
van Mozambiek oud 60 jaren, beestenwagter |
| Arend
van Madagascar oud 55 jaren, verminkt |
| January van Mallabaar oud 60 jaren,
vheewagter |
| Titus
van de Kaap oud 55 jaren, steenvormer en dekker |
| Jacob
van Mosambiek n:o 1 oud 35 jaren, groentejong |
| Abraham van de Kaap oud 50 jaren,
kuiper |
| Anthony van Mosambiek 45 jaren,
vheewagter |
| Caesar van Madagascar n:o 1 oud 50 jaren,
dekker |
| October van Bougies oud 50 jaren,
wagenmaker |
| Mey van
Java oud 45 jaren, snyder |
| Benjamin van de Kaap oud 35 jaren,
koetsier |
| Sans Façon van Mosambiek 35 jaren,
werksjongen |
| Jan van
Mauritius oud 40 jaren, metzelaar |
| Carolus van Mosambiek 35 jaren,
werksjongen |
| Fabriet van Malabaar oud 35 jaren, staljong
en schapenwagter |
| Masak
van Macassar oud 40 jaren, schoenmaker, ziekelyk |
| Jonathan van de Kaap oud 25 jaren,
koetsier |
| Salomon van de Kaap oud 32 jaren,
werksjongen |
| Sans Peure van Mosambiek oud 30 jaren,
werksjongen |
| Sans Soucie van Mosambiek oud 29 jaren,
werksjongen |
| Mentor van Mosambiek oud 30 jaren,
werksjongen |
| Tulip
van Mosambiek oud 30 jaren, werksjongen en metzelaar |
| Lendor
van de Kaap (Madagascar?) oud 40 jaaren, kok |
| Philis van Mosambiek oud 25 jaren,
werksjongen |
| Vrolyk van Mosambiek oud 30 jaren,
werksjongen |
| Nepton van Mosambiek oud 25 jaren,
wagenryder |
| Africa
van de Kaap oud 23 jaren, werksjongen |
| July van
de Kaap oud 23 jaren, werksjongen, Jacob |
| Abdol
van de Kaap oud 20 jaren, werksjongen, verk: |
| Saroedie van de Kaap oud 14 jaren, verkopen |
| Francies van de Kaap 12 jaren,
verkopen |
| Lucas
van Madagascar oud 45 jaren, werksjongen voor omtrent 13 jaren, gedrost |
| August
van Bengalen oud 50 jaren, werksjongen sedert 20 jaren, gedrost |
| Appollos van Madagascar oud 55 jaren,
werksjongen sedert 20 jaren, gedrost |
| Caesar
van Bougies oud 60 jaren, vischer, bandiet en thans te Tulbagh als kaffer dienstdoende, welke slaaf
de overledene aan zyn zoon Hendrik Oostwald Eksteen heeft present gedaan, zoo
dra deze slaaf zich zyne bannissement zal zyn ontslagen |
| Leonora van de Kaap oud 60 jaren,
strykster |
| Roset
van de Kaap oud 60 jaren, huismeid |
| Debora van Mosambiek oud 45 jaren,
huismeid |
| Regina
van de Kaap 38 jaren, naaister |
| Daphne
van de Kaap oud 33 jaren, naaister, verk: |
| Eva van de
Kaap oud 24 jaren, naaister, verk: |
| Lucretia van de Kaap oud 20 jaren, naaister
met haar kind Jan |
| Jonas
van de Kaap oud 3 maanden |
| Mina van
de Kaap oud 13 jaren, verk: |
| Mariana van de Kaap oud 11 jaren,
verk: |
| Leentje van de Kaap oud 11 jaren,
verk: |
| Catharina van de Kaap oud 9 jaren,
verkoop |
| Jacob
van de Kaap oud 11 jaren, welke ingevolge opgaave van de weduwe door den
overledenen aan zyn peetkind Johannes Paulus Eksteen, zoon van Hendrik Oostwald
Eksteen, is vereerd en reeds afgegeven |
| Hendrica van de Kaap oud 6 jaren, welke
insgelyk volgens opgave van de weduwe door den overledenen aan deszelfs
peetkind Johanna Maria van Reede van Oudtshoorn, kind van den h:r William
Ferdinand van Reede van Oudshoorn junior, als een geschenk is vereerd en reeds
afgegeven |
| Abraham van de Kaap , oud 35 jaren,
huisjongen, welke de overledene begeert heeft dat dadelyk na zyn overlyden zal
worden in vrydom gesteld |
| Abraham van de Kaap oud 25 jaren, grofsmit |
| Louis
van de Kaap oud 46 jaren, huisjongen |
| Silvester van de Kaap oud 46 jaren,
werksjongen |
| Jupiter van de Kaap oud 45 jaren,
werksjongen |
| Christiaan van de Kaap oud 17 jaren,
huisjong |
| Isaac
van de Kaap oud 29 jaren, werksjongen |
| Candaza van de Kaap oud 31 jaren,
naaister |
| Merry
van de Kaap oud 11 jaren |
| Lucretia van de Kaap oud 7 jaren |
| Candaza van de Kaap oud 6 jaren, omtrent
welke tien lyfeigenen de overledene in volgender voegen heeft
gedisponeerd: |
| dat dezelven nimmer zullen mogen worden verkogt maar
na den dood van den langstlevenden der testateuren, als een prelegaat zullen
moeten overgaan in het bezit van hun voormelde zoon en stiefzoon Jan Willem
Eksteen, om hem gedurende zyn leven lang en na zyn overlyden zyne wettige
descendenten te dienen, zonder ooit, in de possessie van iemand anders als
slaven te mogen komen. Edoch by aldien der testateuren voornoemden zoon en
stiefzoon mogte komen te overlyden zonder descendenten natelaten in dat geval
verklaarden de testateuren, hun wil en begeerte te wezen, dat alle de
voornoemden slaven, zoo wel als de kinderen, welke door de voornoemde slaven Candaza , Merry en Lucrees inmiddels mogten
wezen verwekt of zoodanigen dier slaven welke als dan nog in leven zullen zyn,
ten kosten van zynen boedel zullen moeten worden geemancipeerd en in vrydom
gesteld |
| Andries van de Kaap oud 30 jaren,
werksjongen |
| Lea van de
Kaap oud 20 jaren, huismeid met haar kind Silvester van de Kaap oud 2 jaren |
| voorts de volgende lyfeigenen welke de weduwe
ingevolge de ten dezen geannexeerde huwelyksche voorwaarde, buiten de
gemeenschap van goederen met den overledenen heeft gehouden |
| Frits
van de Kaap oud 41 jaren, werksjongen |
| December van de Kaap 40 jaren,
wagenryder |
| Hoop
van Mosambiek 44 jaren, werksjongen |
| Carl van
de Kaap oud 16 jaren |
| Lodewyk van de Kaap 4 jaren |
| Cananga van Mosambiek oud 62 jaren,
huismeid |
| Louisa
van de Kaap oud 35 jaren, huismeid |
| Clara
van de Kaap oud 24 jaren, naaister |
| Spacie
van de Kaap oud 8 jaren |
| Candaza van de Kaap oud 6 jaren |
| Wordende hier onder nog genoteerd, dat er zich in den
gemeenschappelyken bevindt, eene slavin meische genaamd Daphna van de Kaap omtrent
acht jaren oud, waarvan als nog niet geblykt dat dezelve op het gouvernements
registratie kantoor van slaven, als slavinne is geregistreerd |
| en verder dat op de registratie lyst van slaven nog
worden gevonden de volgende lyfeigenen |
| Present van Bengalen oud 45 jaren,
staljongen |
| Francois van Mauritius oud 35 jaren,
werksjongen welke de weduwe opgeeft, door den overledenen te zyn verkocht en
afgegeven, de eerstgenoemde aan Dirk Gysbert van Reenen senior, en de tweede
genoemde aan Hendrik Oostwald Eksteen en de waarde daarvan te zyn
genoten |