MOOC8/51.5
{17930823} 23 Augustus 1793
Francois Rossouw Maria Magdalena Rossouw
Inventaris mitsgaders taxatie van alle soodanige goederen als ’er op den
drie en twintigsten der jongstgepasseerde maand Junij met ’er dood zijn
ontruijmd ende naargelaten, door den burger Francois Rossouw d’ oude na
alvoorens sub dato agt en twintigsten November, een duijsend zeeven hondert,
zeeven en tachtig voor den toenmaligen geswooren clercq ter Politique
Secretarije deeses Gouvernements Johannes Marthinus Horak en zeekere getuijgen
met zijne overgeblevene huisvrouw en weduwe Maria Magdalena Rossouw mutueël
getesteerd, en daarbij tot zijne eenige en algeheele erfgenamen geinstituëerd
te hebben
mitsgaders aan het Eerwaarde Collegie van Heeren Weesmeesteren deeser
steede versogt, omme als toesiende voogden over d’ erfportiën zijner voorsz:
kinderen te willen ageeren en dus terstond na zijn overleijden zijnen geheelen
boedel te inventariseeren en wardeeren, omme deselve portiën te kunnen vinden,
zijnde dienvolgens de goederen tot die nalatenschap behoorende door ons
ondergeteekende gecommitteerde weesmeester Willem Joan van Oostersee en
secretaris der Weeskamer Willem Stephanus van Rijneveld opgenoomen en
getaxeerd, mitsgaders deese acte van inventarisatie, taxatie en verdeelinge
daarvan geformeerd, als
Op de eerstgemelde plaats:
In het woonhuijs en aldaar
Aldus geinventariseerd en getaxeerd op den drie en twintigsten Augustus
des jaars een duijsend zeeven hondert drie en neegentig op ’t op- en aangeeven
van de in den hoofde deeses gemelde weeduwe en vermits deselve zig ziekelijk
bevond geadsisteerd met haare drie schoonzoonen Pieter van der Merwe Carelz:n,
Johannes Jacobus Coetser en Jacobus Verster, dewelke gesamentlijk betuijgden
zig daarinne ter goeder trouwe gedraagen en niets versweegen te hebben, wat
haares weetens tot den boedel en nalatenschap behoorde, onder praesentatie des
vereischt werdende, sulx met solemneele eede te willen bevestigen, en voorts
met belofte zoo wanneer zig nog in der tijd iets mogte opdoen, ’t geen tot den
boedel behoorde zulx nader te zullen opgeeven, omme alsdan deesen inventaris en
taxatie daarmeede te kunnen ampliëeren.
Terwyl almeede daar bij present waaren de in den hoofde deeses gemelde
twee zoons van den overleedene, Francois en Gideon Rossouw, dewelke verklaarden
in de gedaane taxatie en verdere getroffene arrangementen volkoomen genoegen te
neemen.
Hebbende de voormelde persoonen gesamenlijk benevens ons gecomm:
Weesmeesteren, Secretaris tot meerder zeekerheid van ’t een en ander deesen
eigenhandig onderteekend.
Als gecomm: Weesm:st:
Mar:a weduwe Rossouw
Peters van der Merwe, J:J: Coetser
Voor de confirmatie: Jacobus Remmerus Verster, F:s Rossouw, G:
Rossouw
Mij praesent: W:S: v: Rijneveld, Secret:s
Ampliatie
Vermits het overleiden ex testamento der inventariente in deesen -
derzelver aangestelde executeuren, zijnde de heer Jan Godlieb Brink en s:r
Hermanus Augustinus Vermaak zig met ende beneevens de in deesen vermelde twee
voorsonen der overleedene, Francois en Gideon Rossouw, ter Weeskamer hebben
vervoegd, onder te kennen gevinge - te weeten d’ eerstgenoemde, dat bij ’t
nasien der boedelgoederen de opgegevene quantiteit wijnen van 23 leggers in
deesen inventaris vermeld, op verre na niet in den boedel hadden gevonden, het
welk waarschijnlijk konde zijn ontstaan, dat men bij d’ inventarisatie en
taxatie door Heeren Weesmeesteren geschied, alle leggers met wijn dewelke in de
kelder voorhanden waren als volle leggers heeft opgegeven, niet tegenstaande de
meeste derselve niet vol waren.
Voorts de laatstgemelde, dat zijlieden instineerden dat de lasten des
boedels door derselver nu meede overleedene stiefmoeder, uit hoofde harer
zwakheid zoo aan lighaams als zielsvermogen, niet zo naauwkeurig mogten zijn
opgegeven, als zulx wel behoorde.
En eindelijk beide parthijen tezamen, dat zylieden met den anderen waren
overeengekomen omme aan Heeren Weesmeesteren te versoeken
1) dat van de quantiteit van 23 leggers wijn - in deesen vermeld - voor 5
leggers, zijnde circum circa zo veel, minder in den boedel aan zuijvere wijnen
is gevonden mogten werden afgeschreeven, en dus van ’t zuivere overschot des
boedels gedecourteerd eene somma van rd:s185.
2) dat Heeren Weesmeesteren mogten gelieven zig ten opzigte van de lasten
des boedels te confirmeeren met ’t bedragen het welk naar expiratie van de
diesweegens geaffigeerde billietten bevonden zouden werden, ten institie
comptoir door de resp: crediteuren te zijn ingediend, excempt de doodschulden
bij het laatste sterfgeval ontstaan, en de renten op de intrest doende
capitalien na ultimo Julij 1793 verlopen.
Welk versoek bij hun Eerwaardens volgens derselver resolutie van den [
..... ] November 1793 geaccordeert zijnde, word oversulx deesen inventaris en
taxatie gealtereerd invoegen hier na beschreven, als
Ter Weeskamer aan Cabo de Goede Hoop ultimo Maart 1794.
| | 1) opgemelde zijne overgeblevene weeduwe |
| 2)
Francois Rossouw |
| 3) Gideon Rossouw |
| 4) Josua Rossouw |
| en zoo meede ’t kind bijvoorz: zijne laatste huijsvrouw
geprocreeert genaamt | 5) Pieter Rossouw oud 12 jaaren |
| | Rd:s |
| Een plaats ofte hofsteede, genaamt Waterpoel , gelegen onder het district van Drakensteijn , aan de Pairl Diamant in de Reeboks Cloof , bij ’t vooren gemelde testament door
den overleedene aan desselfs huisvrouw thans overgebleevene weeduwe
gelegateerd, voor eene somma van thien duijsend guldens Indische valuatie in
drie eguale paaijen ofte termeijnen aan den boedel optebrengen en voorts onder
soodanige conditiën, als de voorsz: dispositie komt te dicteeren; welk
praelegaat de mondige erfgenamen declareerden niet te zullen nog kunnen
gedoogen, vermits zij op goede gronden vermeenden daar door in hunne vaderlijke
erffenissen benadeelt te zijn, ’t welk door ons Gecommitteerdens, haar weeduwe
is voorgehouden geworden, en omme alle regterlijke soursuites voor te koomen,
tot weederzijdsch genoegen, deese zaak daarheen geschikt, dat de gemelde plaats
aan gesegde weeduwe is verbleeven voor eene somma van zesthien duijsend vijf
hondert guldens gemelde waarde, contant aan den boedel optebrengen, moetende
echter deese schicking door den meerderjarigen zoon Francois Rossouw als niet
present zijnde, nog werden geapprobeert, dus ƒ16500
ofte | 5500:-- |
| een opstal staande op de leeningsplaats,
genaamt de Dwarsberg gelegen agter de Goudine | 37:24 |
In het voorhuijs
| | Rd:s |
| een staande horologie | 10:-- |
| een spiegel | 0:24 |
| drie rakken met een partij porcellain | 10:-- |
| twee rakken met eenig glaswerk | 3:-- |
| een pijperak, een cijferleij, een scheerbecken en vier kleijne
schildereijen | 3:-- |
| een opslag eetens tafel | 10:-- |
| een rustbank met zijn mattras | 10:-- |
| een vierkante tafeltje | 3:-- |
| neegen stoelen in zoort met eenige
kussens | 10:-- |
| een voetebank en een water emmer | 5:-- |
In de voorkamer ter regter hand
| | Rd:s |
| een spiegel /:defect:/ | 0:24 |
| een ledikant met wit behangsel, waarop |
| een bed |
| een peuluwe en |
| twee kussens |
| een kadel, waarop |
| een bed |
| vier kussens en |
| een chiste combaars |
| een kadel, waarop |
| een bed |
| een peuluwe |
| twee kussens en |
| een chitse combaars |
| een kajate houte kast, waarop |
| een klijn stelletje porcelaine potten |
| een lessenaar met zijn voet | 10:-- |
| een lessenaar met zijn voet | 12:-- |
| een tafeltje | 4:-- |
| een Handbijbel | 20:-- |
| een guerridon en een partij rommel | 1:-- |
In de voorkamer ter linker hand
| | Rd:s |
| een ledikant waarop |
| een bed met desselfs toebehooren |
| een ledikant | 10 |
| een kadel | 2 |
| twee kisten en een geweerrak | 10 |
In de dispens
| | Rd:s |
| een leed: kist, een leed: kast en een partij
romm: | 10 |
In de combuijs
| | Rd:s |
| zes ijsere schoorsteenkettings | 8 |
| een polleepel, een schuimspan en een drievoet | 3 |
| drie ijsere potten in zoort | 12 |
| een waterkeetel en een taartepan, beide
defect | 2 |
| een partij koopere en ijsere combuisgoed in
zoort | 15 |
| twee combuijs tafels | 8 |
| een bakkist | 2 |
| een houte waschfontijntje en een rijstblok | 2 |
Op de werf
| | Rd:s |
| een ploeg | 15:-- |
| een ploeg | 12:-- |
| een onvoltooijde paerdewagen | 60:-- |
| een kar | 30:-- |
| een bolderwagen | 150:-- |
| een ossenwagen | 75:-- |
| een ossenwagen | 120:-- |
| een oude ossenwagen | 25:-- |
| agt karrewaaijtuijgen en een partij
zeelen | 25:-- |
| twee eggen met ijsere tanden | 15:-- |
| een oude leed: half aam | 0:24 |
| twee brandewijnskeetels met derselver
toebehooren | 180:-- |
In de kelder
| | Rd:s |
| een kuijpbalij | 20 |
| een persbalij | 12 |
| een groote kuijpbalij | 35 |
| een groote kuijpbalij | 43 |
| twee persbalijs | 30 |
| twee persbalijs | 25 |
| twee koelvaaten | 15 |
| een kleijne balij | 6 |
| drie en twintig leggers met wijn | 850 |
| vijfthien leedige leggers | 165 |
| een ijsere balans met twee houte schaalen en circa twintig ponden
lood gewigt | 12 |
| zeeven leedige azijnvaaten in zoort | 35 |
| een legger met azijn | 15 |
| twee tregters, ses emmers en een partij keldergereedschappen in
zoort | 35 |
| een leed: kist en een partij romm: | 10 |
| een tentzijl | 6 |
In de kraalen
| | Rd:s |
| negen en twintig trekossen | 203 |
| thien aanteelbeesten | 40 |
| een hondert zes en zeeventig schapen en
bocken | 100 |
| vier varkens | 10 |
In de paerdestal
| | Rd:s |
| twee oude rijdpaerden | 10 |
| zeeven paerden in zoort | 60 |
In de smitswinkel
| | Rd:s |
| een ambeeld, een spierhaak, een partij smitsgereedschap, oud ijser
en romm: in zoort | 40 |
| een slijpsteen | 8 |
In het koornhuijs
| | Rd:s |
| een koornharp | 10 |
| een hoop tarwe en een hoop rog | 20 |
| twee zadels | 16 |
Leijfeigenen
| | Rd:s |
| een slavenjonge gen:t Adam van de Caap , zijnde een
wagenrijder | 300 |
| een slavenjonge gen:t April van
Bengalen | 160 |
| een slavenjonge gen:t Baatjoe van
Boegies | 350 |
| een slavenjonge genaamt Baatjoe van Boegies ,
zijnde oud en afgeleefd | 25 |
| een slavenjonge genaamt Emanuël van
Mallabaar | 150 |
| een slavejonge genaamt Arij van de Caab , zijnde een
koetsier | 400 |
| een slavenjonge gen:t Jonas van
Bengalen | 120 |
| een slavenjonge geenaamt Hiskia van
Nias | 200 |
| een slavenjonge genaamt Dramat van de
Caab | 300 |
| een slavenjonge genaamt Damon van
Madagascar | 250 |
| een slavenjongetje gen:t Salomon van de
Caab | 200 |
| een slavenjongetje gen:t Esau van de
Caab | 200 |
| een slavemeid genaamt Sanna van
Bengalen | 60 |
| een slavemeid genaamt Clara van de
Caab | 350 |
| een slavemeid genaamt Dina van de
Caab | 250 |
| een slavemeid genaamt Appolonia met haare
drie kinderen, genaamt Mentor , Spandil en Roselijn alle van de Caab | 650 |
| een slavemeid genaamt Clara van Mallabaar , oud en
afgeleefd | 2 |
| Somma | Rd:s123335 |
| Pro memorie word alhier bekend gesteld, dat ook in
den boedel is gevonden, een slavenmeid gen:d Lea van Mosambicque met
haare drie kinderen Clarinda , Jek en Tamar alle van de Caab, dog dat deselve meid benevens
haare kinderen niet aan den gemeenen boedel maar volgens opgaaf der
inventarienten, aan de zeeven kinderen door de weeduwe bij haaren eersten man
d’ edele Andries Brink verwekt zijn vermaakt en toebehoorende, waarvan door de
voogden derselver kinderen, zijnde de heer Jan Godlieb Brink en d’ edele
Johannes Brink de nadere bewijsen zouden kunnen werden geproduceert, als zijnde
deselve slaven, dat de weeduwe bij hertrouwen met haaren nu overleedenen man
aan deselve kinderen ’s vaders wegen bewijs gedaan heeft ook ten behoeve dien
kinderen ongetaxeerd gebleeven |
Lasten des boedels
| | Rd:s | Rd:s |
| over ’t vaderlijk bewijs der vier voorkinderen in namen Susanna,
Andries, Daniël en Jan Godlieb Brink ieder ƒ1000, dus te zamen ƒ4000
ofte | 1333:16 |
| aan de heer Jan Godlieb Brink | 659:38 |
| aan Daniel Hugo | 123:24 |
| aan Nicolaas Moor | 12:24 |
| aan Christiaan Fick | 12:-- |
| aan den kleedermaker Berling | 3:24 |
| aan Jacobus Luttig | 5:-- |
| aan de weed:w Hendrik Hop | 148:36 |
| aan Hermanus Gerhard Onke | 27:6 |
| aan Sebastiaan Leijbrand | 25:-- |
| aan Carel Bernardie | 28:15 |
| aan Daniël Hendrik Smit | 3:24 |
| aan Evert Heugh | 12:-- |
| aan d’ edele Jan Hoets | 204:21 |
| aan Jacobus Remmerus Verster | 165:42 |
| aan d’ E: Comp: over agterstallige
recognitiepenn: van de leenings plaats, genaamt de Dwarsberg gelegen agter de Goudine | 37:24 |
| aan Jacobus Petrus Coetser | 15:24 |
| aan Johannes Hop | 6:24 |
| aan Jacobus Gideon Joubert over 4 jaaren ponton
geld | 10:32 |
| aan Christiaan Fick | 19:24 |
| aan de weed:w Johannes Enslin | 326:-- |
| aan de weeduwe Marais | 8:24 |
| aan Hartwig Luttig | 30:-- |
| aan Petrus van der Merwe | 8:-- |
| aan Jan Fredrik Muller | 21:-- |
| aan de manhafte Johannes Guilliam van
Helsdingen | 2000:-- |
| aan de manhafte Vulker | 333:16 |
| aan Casper Muller | 13:27 |
| aan Carel Fredrik Paret | 15:24 |
| aan Jan Buijs | 8:12 |
| aan Simon Faasen | 2:-- |
| aan Heeren Weesmeesteren deeser steede als administreerende den
boedel van wijlen de heer Andries Brink d’ oude, p:r rest over
boekschuld | 103:30 |
| aan diverse persoonen | 267:18 |
| aan de volgende wegens kosten ter zaake deeser inventarisatie
gevallen als |
| aan den gecomm: weesmeester d’ edele Willem Joan van Oostersee
over 4 dagen vacatie | 8:-- |
| aan den secretaris de heer Willem Stephanus van Rijneveld over 4
dagen vacatie | 8:-- |
| voor ’t formeeren van den inventaris en
taxatie | 5:-- |
| aan ’t zegul daartoe gerequireerd werdende met dies
opgeld | 10:24 |
| aan den clercq der Weeskamer s:r Godfried Andries Watermeijer voor
4 dagen vacatie en paerdehuur | 12:-- |
| aan den bode derserver Kamer Jurriaan Marthinus Prins over 4 dagen
vacatie en paerdehuur | 12:-- |
| aan den burger Marthinus Laurens Smit over 4 dagen wagen huur a 8
rd:s p:r dag | 32:-- |
| | | 6058:45 |
| oversulx den boedel na aftrek der bovengemelde lasten, dewelke
volgens de gedaane opgaave der inventarienten daarop zijn hegtende zuijver en
onbeswaard komt te rendeeren eene somma
van | | 6276:3 |
| welk zuijver overschot ten somma van ses duijsend twee hondert ses
en seeventig rijxdaalers en drie stuijvers naar dictamen der testamentaire
dispositie in ondertemeldener voegen word verdeelt als |
| aan de in den hoofde deeses gemelde weeduwe Maria Magdalena
Rossouw weeduwe Francois Rossouw d’ oude voor haare gëegte helfte | 3138:1 |
| mitsgaders voor een kindsgedeelte | 627:29 |
| | | 3765:30 |
| aan Francois Roussouw | | 627:29 |
| aan Gideon Rossouw | | 627:29 |
| aan Josua Rossouw | | 627:29 |
| aan Pieter Rossouw oud 12
jaaren | | 627:29 |
| Teld te zamen gelijk hier boven gemeld, het zuijvere rendement des
boedels ten bedragen van | | Rd:s6276:30 |
| | Rd:s | Rd:s |
| het zuyver overschot des boedels bedraagd gelijk hier voren te
zien | | 6276:3 |
| waarvan afgaat |
| voor vijf leggers wijn dewelke circum circa minder zijn bevonden
eene somma van | 185:-- |
| voor zo veel de lasten des boedels meerder komen te bedragen als
bij de inventarisatie is opgegeven | 15:7 |
| | | 200:7 |
| dus het zuijvere overschot des boedels thands
rendeert | | 6075:44 |
| waarvan competeerd |
| aan den boedel der overleedene voor hare geregte
helft | 3037:46 |
| mitsgaders voor een kindergedeelte | 607:28 |
| | 3645:26 |
| Francois Rossouw | 607:28 |
| Gideon Rossouw | 607:28 |
| Josua Rossouw | 607:28 |
| Pieter Rossouw oud 12 jaren | 607:29 |
| Teld als boven | | Rd:s6075:44 |