MOOC8/9.36b
{17591025} 25 October 1759
Johan Matthijs
Scheffer
Swellengrebel
Donderdagh den 25:e October 1759, ’s voormiddaags praesent den edele
agtb: heer Sergius Swellengrebel Praesident, en alle de leeden, demptis den
heer independent fiscaal Pieter van Reede van Oudshoorn, mitsgaders den
ondercoopman en guarnisoen boekhouder d’ edele Daniel Heijning bij occupatie
assumptis de burgerraaden d’ edeles Hendrik van der Heijde en Jan
Serrurier.
den schipper Hans Harmensz, bovengem: als weegens het gedagte testament
hem bevoorens reets aan den E: Agtb: Heer Praesident geaddresseert hebbende
daarop in judicio geroepen sijnde, advanceert ter rolle: dat den testateur
Johan Matthijs Scheffer, wanneer siekelijk geworden was bij hem schipper was
gekoomen, met versoek om voor denselven een testament te maaken; dat hij
schipper egter, als daartoe niet hebbende de vereijschte kennis, gem: Scheffer
had geantwoord, sig diesweegens bij den boekhouder mons:r Johan Adolf Kuuhl te
vervoegen, denwelken hij Hans Harmensz versoeken soude, om het selve te maaken
en passeeren; gelijk het een en ander ook geschied en gepasseert is; hebbende
bovensdien den opperstuurman van dat schip Abraham Hooszema, mitsgaders den
onderstuurman Andries Lourensz, daarbij als getuijgen gevaceert en dus over de
confectie van dat testament gestaan, niet alleen twee leeden der Scheepsraad
als getuijgen, maar ook den schrijver desselfs, die een meede lid van gem:
Raad, en hij schipper wijders as voorsitter, in dien Raad had vermeijnt dat het
testament in quaestie, uijt aanmerking van ’t een en ander voorsz: sijne
behoorlijke solemniteijten op dusdanig eene rheijse ten vollen verkreegen
had.
Den qq: eijss:r repliceerende blijft bij sijnen gedaanen eijsch ende
conclusie persisteeren.
Den qq: ged:e voor duplieq geeft het selve aan ’t Raads oordeel ter
decisie over parthijen renuntieeren van verdere productien.
Den Raad het overgeleeverede testament geleesen, mitsgaders parthijen,
soowel als den schipper Hans Harmensz weegens het bij den overleedenen aan hem
gedaane requisiet, in senatie gehoord hebbende, en oversulx naar overweeging
van saaken regt doende, uijt naame ende van weegens de hoogmoogende Heeren
Staaten Generaal der
Vereenige Neederlanden ,
mitsgaders van sijne doorlugtigste hoogheijd den Heere Prince van Oranjen en
Nassouw, als Erfstadhouder, Capitain en Admiraal Generaal van de Republieq
approbeert denselven uijterste wille, mits dat de nalaatenschap van den
overleedenen Johan Matthijs Scheffer, door de Eerw:e ged:s aan den qq: eijss:r,
onder behoorlijken inventaris overgegeeven, en de kosten daaruijt voldaan
werden; sullende nogthans den qq: eijss:r en desselfs huijsvrouw, als
g’institueerde erfgenaame, aan handen van haar Eerw:s moeten stellen cautie
de restituendo, op dat, bij aldien in ’t vervolg mogte koomen te blijken, dat
den overleedenen vrouw ofte kinderen nagelaaten had, deselve daar door
schadeloos souden kunnen werden gehouden.
In ’t Casteel de Goede Hoop datum ut supra.
Mij praesent: C:L: Neethling, Secret:s
Swellengrebel
Compareerde voor d’ onderget:e gecomm:e Weesmeesteren aan Cabo de Goede
Hoop, Johanna Bockelenberg g’adsisteert met haar man den burger Pieter van
den Heever dewelke soo voor haar selfs als hunne na telatene kinderen bij
deesen bekenden uijt handen van Heeren Weesm:ren deeser steede overgenoomen
ende ontfangen te hebben alle soodanige goederen, actien, creditien,
inneschulden en lasten als door den in dato 28:e Junij deeses jaars op
Rio de Lagoa als oliphants schutter
overleedene Caabse burger Johan Matthijs Scheffer van Wilmenrood, blijkens de
daarvan gemaakte staat en inventaris voor d’ onderget:e gecomm:e Weesm:e op
den 30:e October, jongstl: gepasseert, naar voorgaande, voor den op ’t schipals ordinaire gecomm:e gestelden Johan
Adolf Kuuhl en seekere getuijgen sub dato 10:e Junij deeses jaars in de
Baaij de Lagoa ten behoeve van haar Johanna
Bockelenberg ofte na haar overleijden derselver kinderen opgeregte en met ’er
dood becragtide, mitsg:rs door den E: Agtb:ren Raad van Justitie deeses
gouvernenents volgens vonnisse van den 25:e der jongst gepasseerde maand
October g’approbeerde uijterste wille, zijn ontruijmt ende naargelaten en
volgens inhoude van evengen:e vonnisse van wel opgem:e Raade toegestaan te
moogen aanvaarden en in besit te neemen, egter onder voorwaarde dat, wanneer te
eeniger tijd mogte koomen te blijken dat voorn:e overleedene Scheffer vrouw
ofter kinderen nagelaaten hadde, zij comp:ten als dan de bij voorsz: staat en
inventaris genoemde goederen en effecten sullen moeten restitueeren, weshalven
zij comp:ten over den ontfangst voorsz: welopgem:e Heeren Weesm:ren mits deesen
in optima forma zijn quiteerende, met belofte van haar Eerw:s weeg:s gemelde
nalatenschap voor altoos te sullen vrijen en waaren, mitsg:rs cost en
schadeloos houden.
Compareerde meede voor welgem:e gecomm:e Weesm:ren de burgers Jan Hendrik
Boumeester en Pieter Weijdeman, dewelke verclaarden, voor alle ’t geene
voorsz: staat, haar selven te stellen als borgen ende dat elk een voor al en
een ieder voor ’t geheel, onder expresse renuntiatie van de benefitien
ordinus, divisionis en excussionis van de kragten en effecten der voorsz:
woorden en sin zij borgen hun ten vollen door gecomm:e Weesm: onderregt
houdende, verbindende, zij comp:ten alle voorm:t tot naar koominge van ’t
geene voorsz: staat generaalijk haar aller persoonen en goederen, soo losse als
vaste, hebbende ende toekoomende, niets uijtgesondert, alle deselve ende een
ieder van dien steltende ten bedwang en executie van alle s heeren regten ende
regteren, ende wel insonderheijd de judicatuure van den E: Agtb:ren Raad van
Justitie deeses gouvernements.
In teeken van waarhijd is deese ter preesentie van d’ onderget:e
gecomm:e Weesmeeteren en mij Secret:s door de comp:ten eijgenhandig
gesubscribeert, en met ’t cachet der Weescaamer alhier in margine
bezeegelt.
Aldus verleent ende gepasseert ter Weescaamer aan Cabo de Goede Hoop den 1
9:br 1759.
Als gecommitt:e Weesmeesteren: T:C: Rönnenkamp, J:b Blanckenberg
Dit merk + heeft Johanna Bockelenberg eijgenhandig gestelt
P: v: d: Hever, Johan Hendrik Baumeister, Pieter Wedeman
Mij praesent: J:s H:s Blanckenberg
| Den burger
Pieter van den Hever, als man en voogd van desselfs huijsvrouw Johanna
Bockelenberg eijs:r |
| | Contra |
| | Heeren Weesmeesteren deeser steede gedaagd:s, omme
te hooren approbeeren soodanig testament, als den met het thans ter deeser
rheede gereverteerde schip, tot het
schieten van oliphanten naar Rio de la Goa vertrocken, dog aldaar overleedenen landbouwer Johan Matthijs Scheffer, voor
den op voorm: boodem als boekhouder en ordinaire gecommitteerde gestelden Johan
Adolf Kuuhl en getuijgen, sub dato 10 Junij deeses jaars, in de Baaij de la Goa , ten voordeele van des
eijss:rs huijsvrouw voorm:, heeft verleeden, ofte daaromtrent soodanig
teegenseggen te gebruijken, als te raade werden sullen. |